2013 CANADA

2013 CANADA

DAG 1 – MONTREAL

Ondanks het feit dat we ruim op tijd zijn en ons op het vliegveld zeer relaxed zouden kunnen gedragen is er een moment van extreme vakantiestress als mijn vrouw haar tas blijkt kwijt te zijn. Er moet een dame van de infobalie met een nuchtere kijken op dingen aan te pas komen of hij niet gewoon in het rugzakje zit; ja dus. De paniek zorgt er wel voor dat de zonnebril ergens blijft liggen, waarschijnlijk bij dezelfde infobalie.

Na een rustige vlucht naar Montreal staat er daar, na lang wachten, een glimmende zwarte Crysler 200 met stoelen met lederen bekleding op ons te wachten. Die gaan we meteen duur parkeren want de eerste dagen in Montreal zullen we voornamelijk van de benenwagen gebruik maken.

Het is ook hier 28 ᵒC en daardoor druk op straat met mensen met de zomer in hun hoofd. Om de hoek bij ons hotel is er een groot Afrikafestival. Wij eten een hapje bij de Mexicaan waar groepjes meisjes hun Margarita’s aan het fotograferen zijn om daarna het resultaat meteen op Facebook te knallen. Uit eten met je vriendinnen is een community gebeurtenis geworden waarbij iedereen thuis ongeveer live kan meekijken.

De jetlag noopt ons om toch tegen 10 uur het bed op te zoeken want het is voor ons diep in de nacht.

DAG 2 – MONTREAL

Door de jetlag zitten we vroeg aan het ontbijt en om 9 uur ’s morgens struinen we al door Montreal. Het is er een mix tussen de pakhuizen en gebouwen die we al kennen van Amerika en Europese bouwsels. Oud Montreal heeft een Frans sfeertje maar het is net niet helemaal gelukt om ons te overtuigen.

Heel Montreal is uitgelopen op deze zonnige zondag. Voor een wandeling langs het water of op een kinderfestival in het Jean Drapeau park. Langs de kade in de haven is een mooi aangelegd stadsstrand met helblauwe parasols van metaal. Alleen zwemmen is er verboden, verkoeling dient men te verkrijgen via de douches. Op Jean Drapeau is er een festival en vlak bij ons hotel ook. Wij kiezen voor het laatste, een Afrikafestival. Afrikaanse djembe groepen met dansers die dan weer uit China komen. Het is een bonte mix. Hier zijn er geen buitenlanders, iedereen is een buitenlander.

In een restaurant eten we voortreffelijk maar willen ze ons bij vertrek bijna verplichten een fooi van 15% te geven. Onze geplande fooi vindt de serveerster te weinig, dat zou een bewijs van slechte service. Ons hierop aanspreken getuigd wat ons betreft dan weer aan een gebrek aan opvoeding zodat we komen tot een fooi van 0%.

Terug op het Afrikafestival hebben ze ter afsluiting Cubanen, dat hoort blijkbaar ook tot Afrika. De muziek van Orquesta Aragon is er niet minder om met de gebruikelijke mannen op leeftijd die lopen te swingen als een trein.

DAG 3 – MONTREAL

Vandaag doorkruisen we half Montreal per voet. Van het pseudo-gezellige Quartier Latin naar het homoparadijsje in The Village waar de straat overspannen is met een kilometer roze kerstballen.

Daarna terug via The Plateau met al zijn typische trappen aan de voorgevels naar Mile’s End waar de orthodoxe joden tussen de volle caféterrassen doorwandelen. Terug in The Plateau blijkt er ook een Portugese enclave te zijn dus we zoeken al een leuk restaurantje uit voor vanavond. Overal zijn prachtige wandschilderingen te zien op kale muren, van een hoge artistieke kwaliteit.

DAG 4 – COBOURG

De dag begint regenachtig, maar als we vertrekken in onze zwarte Crysler klaart het snel op. Nog even ons alle in’s & out’s van de auto eigen maken en dan rijden we zuidwaarts langs het Ontario meer. We laten de provincie Quebec achter ons en rijden langs de Thousand Islands regio in de provincie Ontario. En dat betekent daadwerkelijk overal eilandjes, met één of meerdere huisjes er op van de gelukkige bezitters.

In Brockville stoppen we voor de lunch en maken een wandeling. Ook in Gananoque nemen we een kijkje bij de Victoriaanse houten huizen aan de waterkant. Na Kingston rijden we het Prince Edward schiereiland op en doorkruisen een mooi gebied met roestbruine schuren en statige boerderijen. Tegen het eind van de dag gaan we op zoek naar een slaapplek. Daarvoor pakken we weer een stukje snelweg en een gigantische wolkbreuk zorgt er voor dat we bij Cobourg niet verder zoeken maar het eerste de beste hotel pakken dat in het regengordijn opdoemt. In het stadje zelf vinden we, als het weer droog is, een leuke Ierse pub waar we heerlijk eten. De rest van de avond zetten we ons aan het “nieuwe” reizen, met tablet en smartphone via de hotelwifi een hotel voor morgen boeken en wat routebeschrijvingen op de harde schijf vastleggen.

DAG 5 – ST. JACOBS

Van Cobourg rijden we langs Toronto naar St. Jacobs waar de Mennonieten, net als de Amish in Amerika, in koetsjes getrokken door paarden rondrijden. De mannen dragen een blauwe hoed en een hoed, de vrouwen lange rokken en een kapje, hoofddoek of gehaakt mutsje.

St. Jacobs heeft hier een kleine toeristenindustrie omheen gebouwd met handwerkwinkels en restaurants met streekproducten maar in het nabijgelegen Elmira zijn de gelovige Mennonieten volledig geïntegreerd in het dorpsleven. In St. Jacobs was één koetsje een bijzonderheid, hier is het minder moeilijk er een te spotten, vooral als na een rondje door het dorp blijkt dat we onze auto precies naast de overdekte paardenparkeerplaats hebben geparkeerd.

Binnen staan een twintigtal koetsjes geparkeerd en de Mennonieten lopen er in en uit om boodschappen te doen of bij hun eigen Mennonietenbank de geldzaken te regelen. Ook de kleintjes lopen al met een hoed of mutsje. Met een beker koffie nestelen we ons op een bankje bij de uitgang van de garage om alles goed te bekijken.

Aan het eind van de middag rijden we door naar de Niagara watervallen waar we al een goedkoop hotelletje hadden geboekt. In het restaurant naast het hotel staat er fish & chips op het menu.

DAG 6 – NIAGARA

Na het ontbijt parkeren we onze slee bij de Niagara watervallen om daar welkom geheten te worden met de tweede douche van de dag. De grote hoefijzervormige waterval werpt zoveel water en mist op dat paraplu’s nodig zijn. En dit gegeven is voor handige zakenlieden een uitgelezen kans om toeristen te verpakken in blauwe poncho’s en ze voor veel geld op een boot de mist in te drijven waar ze zich zeiknat kunnen laten regenen.

We nemen wat afstand om een droog uitzicht te hebben. In tegenstelling tot Iguazu hier geen mooi aangelegd park maar de watervallen als decor achter casino’s en hotels. Toch wint de overweldigende kracht van de waterval het van de smakeloze horizonvervuiling als het water met veel geweld op de twee plekken van Niagara naar beneden dondert. De Mennonieten gaan ook een dagje naar de watervallen, alleen hier komen ze niet met hun koetsjes maar stromen twee grote “Van’s” leeg met uitbundig geproduceerd nageslacht.

Na de middag staan we twee uur in de file rond Toronto tot we het binnenland in kunnen richting Peterborough.

DAG 7 – PETERBOROUGH

We moeten ons hotel uit voor een ontbijtje. Het door ons veel geprezen Motel 6 stelt deze keer wat teleur en we moeten naar de buren bij Tim Horton. Als we de koffie op hebben nemen we een kijkje bij de hoogste botenlift ter wereld, de Peterborough Lift-lock uit 1902. Het hydraulische gevaarte tilt complete boten omhoog naar het veel hoger gelegen verdere deel van het kanaal. Door wat te knutselen aan de wet van communicerende vaten en het principe van de weegschaal gaan twee enorme zwembaden met boten er in op en neer. Een imposant gezicht in ook nog eens een mooie industriële constructie. We maken nog een wandelingetje door Peterborough voor we de richting van Ottawa op gaan.

In het “Land ‘O Lakes” maken we een omweg via het Bow Echo Lake Park, waar hordes Canadezen in de bossen aan het kamperen zijn aan de rand van een inderdaad prachtig meer. We vervolgen onze toch door de eindeloze bossen om in Ottawa te eindigen in een werkelijk prachtig hotelletje vlak bij de ByWard Market. Een kamer met balkon en van alle gemakken voorzien. Rondom de markt zitten tientallen restaurantjes bomvol op deze zomerse vrijdagavond en wij schuiven ook aan voordat we op ons balkonnetje gaan genieten van een restje wijn. Zeer duur hier om van de Canadese whisky maar helemaal te zwijgen.

DAG 8 – OTTAWA

Het is weer een zonovergoten dag als we aan onze stadswandeling door Ottawa beginnen. Bij het oorlogsmonument vindt er net een herdenking plaats van de Koreaanse oorlog. Oude mannen die gebukt gaan onder het gewicht van hun medailles doen hun best om er nog enigszins in het gelid bij te staan, leunend op hun wandelstok. De trompetter blaast voor een moment van stilte. De ambassadeur van Korea en een bons van de Canadese regering leggen kransen en een doedelzakspeler produceert nog wat gepaste naargeestige klanken. Met het parlementsgebouw en de pseudokasteeltjes erachter is het toch al net alsof je in Londen loopt.

Voor het museum vindt weer een van de vele Canadese zomerfestivals plaats dus luisteren we in de brandende zon even naar het Montreal Guitar Trio voordat we een afspraakje hebben met een virtuele vriend die we voor het eerst (en misschien ook voor het laatst) in het echt zien.

Na dit gezellige samenzijn zoeken we een supermarkt op om inkopen te doen want met zo’n mooi balkon is het prachtig om daar te dineren.

DAG 9 – ST. ANNE DE BEAUPRÉ

Langs de rivier richting Quebec. Eerst binnendoor, dan een stuk snelweg, om tegen het eind van de dag uit te komen in St. Anne de Beaupré waar een grote basiliek staat, vernoemt naar de oma van Jezus waarvan we tot nu toe niet op de hoogte waren dat er een oma was. De basiliek is een bedevaartsoord en binnen is op prachtige muurschilderingen te zien hoe de heidense indianen tot het hemelse christendom werden gebracht. Te walgelijk voor woorden. En de nieuwe paus Fransiscus heeft net voor 3 miljoen jongeren in Copacabana opgeroepen om toch vooral te voorkomen dat niet iedereen wegloopt naar de Evangelische kerk want dan zijn er weer allemaal nieuwe muurschilderingen nodig.

Na de mis van half acht gaan de gelovigen nog allemaal in processie naar buiten met een kaarsje in de hand om langs de fontein met Maria te lopen. Eerst de Mennonieten in hun paardenkarren, nu de katholieken met hun uitgebreide toneelstukjes, Canada blijkt een land van religieuze extremisten, wie had dat gedacht?

Een vrouw, helemaal over haar toeren wordt door de pastoor met veel bidden geholpen en vele krukken en wandelstokken, opgestapeld langs een pilaar, bewijzen het; je kunt echt wel lopen als je maar geloofd!

DAG 10 – SAGUENAY

Van Sainte Anne de Beaupré rijden we naar Baie Sainte Catherine (de zus van de oma van Jezus?) waar we rond de middag al een leuk hotel vinden waar we meteen een walvistripje kunnen boeken voor morgen. Het is een beetje mistig vandaag dus het is te hopen dat we wat kunnen zien morgen.

We maken een tripje langs het fjord du Saguenay tot aan het mooie dorpje L’Anse St-Jean. Mooie vergezichten over het fjord en bontgekleurde houten huisjes en een houten overdekte brug uit het begin van de vorige eeuw. Ooit sierde deze brug het Canadese biljet van 1000 dollar maar dit kunnen we niet bevestigen omdat de eerlijkheid gebied te zeggen dat we nog geen enkel biljet van 1000 dollar in handen hebben gehad.

DAG 11 – BAIE SAINTE CATHERINE

Er hangt een dikke mist over het water als we vertrekken met de boot maar de mist trekt gelukkig snel op en blijken we omringt met walvissen. De bultruggen laten zich natuurlijk als eerste zien maar daarna kunnen we witte beluga’s, de kleine Minke walvissen en als klap op de vuurpijl de blauwe vinvis aan ons lijstje toevoegen. De grootste dieren op aarde zien we een aantal keren boven komen. De zee is zeer kalm en overal steken zeehonden hun kop boven het water uit. Het fjord en de rivier moeten wel vol met voedsel zitten om al deze dieren aan te trekken.

Tegen de middag rijden we 30 kilometer terug naar Saint Simeon waar we de veerboor naar Riveire du Loup willen pakken maar die gaat net voor onze neus weg en we moeten drie uur wachten op de volgende. Dus een lange lunch om de tijd te doden met tot onze verrassing kolibri’s in de tuin van het restaurant, die hadden we hier in Canada niet verwacht. Aan het eind van de middag zijn we aan de andere kant en strijken neer in Rimouski.

DAG 12 – GASPÉ

De tocht gaat verder onder een stralende zon. We rijden langs de oevers van de St. Lawrence en krijgen voorbij elke bocht de meest prachtige panorama’s voorgeschoteld. Het water aan de linkerkant, beboste heuvels met daartussen de veelkleurige houten huizen aan de rechterkant. We ontdekken een route die ons langs verschillende vuurtorens leidt die meestal op prachtige plekken staan. De vuurtoren van La Matre is helemaal roodgeverfd evenals de bijgebouwtjes. Voor de vuurtoren van Pointe à la Renommée moeten we een bos door om deze afgelegen vuurtoren te vinden. Een historisch monument ook nog omdat van hieruit als een van de eersten via radiografie contact gelegd werd met de schepen.

Tegen het eind van de middag arriveren we in Gaspé, de naamgever van het schiereiland. We pakken een groot motel annex restaurant waar de zaken voortreffelijk gaan want het is er behoorlijk vol. In het restaurant zorgen luidruchtige Amerikanen er voor dat bedeesde Franstalige Canadezen om een andere tafel vragen en zit er achter ons een man die zijn pizza opereert en aan grondig onderzoek onderwerpt. Onze buren lopen boos van de tafel weg als ze na een half uur nog geen bestelling hebben kunnen plaatsten en wij genieten rustig van ons dagmenu met al dat amusement om ons heen.

Ook moeten we ons nog ontdoen van het lijkje van een kleine kolibrie die in de grill van onze auto aan een bruut einde is gekomen. Een kuiltje in het grasveld voor onze kamer wordt zijn laatste rustplaats. Kolibries horen ook niet in Canada!

DAG 13 – PERCÉ

Van Gaspé is het een klein stukje naar Percé waar we met een boot een tochtje kunnen maken rond het beroemde rotsblok van Percé, een groot stuk steen dat vlak voor het dorp in zee ligt. Daarna varen we verder naar het Bonaventure eiland waar zeehonden rondzwemmen en een enorme kolonie Jan van Genten hun domicilie hebben. Vanaf de boot die je ze als pijlen in het water duiken om daarna vleugel aan vleugel uit te rusten op een richel. Als we het eiland later over wandelen komen we nog dichter bij de kolonie schreeuwende vogels. Ze hebben net kuikens en zijn druk in de weer die in leven te houden, wat een zware opgave blijkt gezien het aantal dode kuikens. Bij half levenloze jongen wordt er flink op los gepikt om ze tot enige activiteit te bewegen. De volwassen vogels leveren soms venijnige gevechten over het eigendomsrecht van de vierkante centimeter en ongemerkt landen is niet mogelijk. De vogels hebben een prachtige kop met een geel masker en een helblauw randje langs de ogen.

Als we aan het eind van de middag terug zijn aan wal rijden we nog 100 kilometer tot New Carlisle maar het worden dure kilometers want ik krijg een boete voor 20 km te hard in de bebouwde kom van een agent die net voor het bord 70 km met zijn radargun in de weer is voor zijn boetequotum.

Naast het hotel is een restaurant waar je zelf je wijn mag meenemen dus op die manier proberen we de pijn van de boete wat te verzachten. De bizarre prijzen voor alcohol nopen de restauranthouders hier tot creatieve oplossingen.

DAG 14 – CARAQUET

De weergoden hebben geen zin om met ons de grens van Quebec naar New Brunswick over te steken en de verdere route naar Caraquet is het een en al regen. Als we daar aankomen en een kijkje nemen op het festival terrein van het Acadian festival dat hier twee weken plaatsvindt is het ook een en al mistroostigheid.

Toch wordt het ’s avonds, tegen de voorspellingen in, droog en gaan we naar de grote hal om ons onder te dompelen in de wereld van de Country & Western. Het bierdrinkende en chipsetende publiek geniet al van Cayouche, een oude hippie houthakker die in het Frans het prachtige leven in Acadie bezingt, af en toe onderbroken door de “fiddle”.

De cowboyhoeden worden recht gezet voor de tweede band van de avond; Louis Bérubé. In de snelle nummers is hij nog wel te pruimen omdat hij een lekkere gitarist bij zich heeft, maar als hij in de lage romantische versnelling gaat begint het verdacht veel op BZN te lijken en daar worden wij in ieder geval niet vrolijk van. Dit in tegenstelling tot de bejaarde cowboys in de zaal die het allemaal prachtig vinden en zelfs een dansje wagen terwijl de jongeren gewoon nog een biertje achterover gooien om het te doorstaan.

DAG 15 – BATHURST

Het idee is om zuidwaarts langs de kust te rijden en dan halverwege dwars New Brunswick naar het westen over te steken maar na de lunch pakken we de verkeerde afslag, nog verder langs de kust. Als we het ontdekken is het ook nog eens flink gaan regenen dus heeft een mooie route ook nog maar weinig zin. Daarom keren we om en rijden weer naar het noorden om in Bathurst uit te komen. We gunnen onszelf de relatieve luxe van de Comfort Inn, waar we deze vakantie al 2 keer eerder in verbleven, om bij te komen van de nutteloze omzwervingen van vandaag.

DAG 16 – DALHOUSIE – CAMPBELLTON

We denken eventjes naar Quebec te rijden maar al in Dalhousie worden we opgehouden. Mensen zitten in stoelen langs de straat duidelijk in afwachting van iets. Nieuwsgierig als we zijn voegen wij ons bij hun. Net als overal in de landen van de korte zomers hebben ze ook hier hun plaatselijke feest in deze tijd. Dit keer een parade van voertuigen.

Voorop in de open sportauto’s, voorafgegaan door een doedelzakspeler, de burgemeesters van Dalhousie en omliggende gemeenten. Daarna de stoet van countryzangers, voetbalclubs, Lions en Rotary, mascottes, brandweer, immigranten, grasmaaier bestuurders en de missen en kindermissen van de regio. Een amateuristisch aangeklede stoet die duidelijk de mogelijkheid voor een feestje belangrijker vindt dan enige kwaliteit.

Niet veel verder in Campbellton is er opnieuw een festiviteit dus we gaan weer op onderzoek uit. Het blijkt een bluegrass festival voor een hoofdzakelijk bejaard publiek. Omdat het zondag is hebben alle muzikanten het in hun liedjes veelvuldig over The Lord zodat het net een verlengde kerkdienst is. De bejaarde zangers van het Silver Fox Duo hebben moeite met hun teksten maar vragen de blijkbaar toch al aanwezige heer deemoedig om vergeving. De muziek van beide heren is wel erg leuk. Later op de middag geven de heren van de Bluegrass Diamonds een spetterend optreden met zang in Engels en Frans, een slappende bas en goede mandoline en banjospelers.

Een dame komt vragen waar we vandaan komen en voor we het weten krijgen we een gehaakt kleedje kado. Daarna komt de Silver Fox zanger annex presentator met twee T-shirts voor ons, dan komt een dame ons een CD van haar familie overhandigen die eerder al speelde en als klap op de vuurpijl komt de bassist van de Bluegrass Diamonds ons hun DVD aanbieden. Als vreemde eenden in de bijt worden we met open armen ontvangen en we moeten aan het eind van de middag een beetje stiekem wegsluipen omdat we nog naar Quebec moeten rijden waar we hotel geboekt hebben. Het wegsluipen mislukt een beetje en dus kunnen we pas na warme omhelzingen verder rijden en al snel blijkt dat we ons hopeloos op de afstand hebben verkeken. We moeten onderweg ergens eten en pas tegen middernacht komen we aan in Quebec. De beheerster van Maison Roy heeft niet zo lang willen wachten en heeft de sleutel in de brievenbus gelegd, iets wat we te laat door hebben waardoor de arme ziel toch nog in haar ochtendjas de deur moet openen.

DAG 17 – QUEBEC

Het is een lange wandeling naar de stad. Quebec is erg toeristisch en het is net alsof je in Frankrijk rondloopt. Over de vestingwerken kun je rond het oude centrum lopen. Het karakteristieke hotel Chateau Frontenac steekt overal bovenuit. Van daar kun je afdalen naar de benedenstad waar het nog drukker is met types zoals wij; toeristen.

Na een stokbroodje wandelen we via de citadel weer de lange weg terug naar het hotel. De 10 km zitten er weer op. Buiten het feit dat Quebec mooi is om even te zien valt de stad voor de rest een beetje tegen.

DAG 18 – SHERBROOKE

Door het glooiende landschap ten zuiden van Quebec rijden we naar Sherbrooke waar we op zoek moeten naar “het vraagteken” om een hotel te vinden. Door een landelijk sportevenement is veel accommodatie vol. Toch hebben ze nog ergens een plekje buiten het centrum. Ook krijgen we een plattegrond van de stad met een route langs de bezienswaardigheden dus lopen we langs de vergane glorie van pakhuizen en de enorme houten villa’s van de voormalige rijken en machthebbers. De paleisjes van weleer zijn nu opgesplitst in meerdere appartementen en nog lijkt er hier veel leeg te staan.

Alle huizen buiten de stad hier in Canada staan op een gazon ter grootte van een voetbalveld, zonder Gamma schutting of noemenswaardige begroeiing. Grasmaaien is dan ook een onderdeel van het dagelijks bestaan van de Canadees, naast af en toe een “garage sale”.

In Campbellton, waar we zondag nog waren, heeft een boa constrictor twee jongetjes gewurgd en dit beheerst hier het nieuws. De jongetjes waren uit logeren en sliepen boven de dierenwinkel.

DAG 19 – ST. BENOIT

Het is niet ver naar St. Benoit du Lac waar de Benedictijnen hun dependance van de hemel hebben. Voor zonsopgang staan ze op om daarna om de 2 uur te bidden of gregoriaanse gezangen aan te heffen. Rond elf uur is de gregoriaanse mis in een goed gevulde kloosterkerk. Een 30-tal monniken op het altaar, nonnen en aspirant monniken tussen de kerkgangers, sommigen zeer diep in gebed. En daaronder de kloosterwinkel met honing, kazen, appelcider en religieuze prullaria om deze levenswijze te bekostigen. En gezien de kooplustige kerkgangers gaan de zaken prima.

En van de ene groep gelovigen naar de andere. Als we in Montreal in ons hotel aankomen blijkt daar een joodse samenkomst te zijn met bijna dezelfde uiterlijke kenmerken, kalotjes, hoofdbedekkingen en een devote toewijding. Maar al de religie ten spijt, ze hebben niet kunnen voorkomen dat het net begint te regenen als wij aan de overkant een pizza gaan halen.

DAG 20 – MONTREAL

We maken een lange wandeling door de chique wijk van Montreal waar de Hans en Grietje huizen en de Bretonse kastelen ook nog eens monstrueus groot. Aan het eind van de wandeling zoeken we Second Cup op waar we hebben afgesproken met een Chinees Canadese performance artieste die we al kenden via facebook. We zitten 2½ uur zeer geanimeerd en geïnspireerd te babbelen over al onze projecten voor we weer afscheid nemen.

We pakken de metro naar het terrein waar in 1976 de Olympische spelen waren om daar de mooie architectuur te bekijken. Net als op andere plekken waar dit soort evenementen hebben plaatsgevonden dreigt ook hier de (beton)verrotting maar er zijn herstelwerkzaamheden aan de gang. De moeilijkheid is altijd om een nieuwe functie te vinden voor dergelijke enorme ruimtes als de mensenmassa’s er niet meer zijn.

We hebben voor het eerst een hotel met een ordinair filmkanaal dus we halen opnieuw een pizza bij de overburen om daarna te gaan genieten van een aantal films.

DAG 21 – MONTREAL

We vertrekken pas aan het eind van de middag uit Canada dus we maken nog een wandeling door de buurt van hotel, eerst het joodse deel, dan het Aziatische. We bestuderen de leuke mechanische trucjes in een waterparkje voor kinderen waar met veel vernuft op allerlei manieren onverwachts water naar beneden klettert.

Aan het eind van de middag proberen we het vliegveld te bereiken maar door de nodige wegwerkzaamheden en omleidingen heeft dat meer voeten in de aarde dan we hadden gedacht. Maar dan is toch het moment daar dat we met pijn in het hart afscheid moeten nemen van onze zwarte Chrysler voor we in een kleine 5 uur terugvliegen naar Nederland.

Bekijk meer foto’s hier: THE STATE VISITS – WORLD HERITAGE SITES

Bekijk meer foto’s hier: THE STATE VISITS – TRIBES

Bekijk meer foto’s hier: THE STATE VISITS – IN THE CITY

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.