2009 CHINA EN MONGOLIË

2009 CHINA EN MONGOLIË

DAG 1 – BEIJING

Met mondkapjes voor begroeten Chinese officials ons in het vliegtuig al. De begroeting wordt verricht door een thermometer op ons voorhoofd te richten alsof ze ons ter plekke willen executeren als mogelijke dragers van het Mexicaanse griep virus. In de aankomsthal van het vliegveld nog 3 keer door een hittescan voor ze ons het land binnen laten. Als we opgepropt in de volle metro staan mogen we hopen dat alle voorzorgsmaatregelen afdoende zijn geweest. De metro brengt ons tot vlak voor ons hotel alleen duurt het even voor we het uithangbord zien; Novotel.
Nadat we ons geïnstalleerd hebben zetten we onze klokken 6 uur vooruit waarna we op pad gaan voor een wandeling naar het plein van de Hemelse Vrede maar we worden prompt begroet met een lading Hemels Water waardoor we rechtsomkeert maken.

Na onze lange vliegreis hebben we nog niet veel puf om echt op zoek te gaan naar een restaurant dus als we de Peking eend niet direct kunnen vinden zijn we al snel tevreden met een pizza.

DAG 2 – BEIJING

Het jetlag slaapje duurt tot 12 uur waarna we de metro pakken naar de “grote onderbroek” oftewel het CCTV gebouw van Rem Koolhaas. Helaas is het erg grijs dus echt mooie foto’s levert het niet op en er staat een grote muur omheen. We lopen er helemaal omheen op zoek naar de mooiste doorkijkjes. Het tijdens de jaarwisseling afgebrande deel staat er troosteloos naast en er wordt nog niet aan het herstel gewerkt.

Met een taxi rijden we vervolgens naar het fabriekscomplex 798 waar een kunstenaarswijk is ontstaan. En het is flink groot, allemaal fabrieksstraatjes met galerieën en kunst. Het weer bederft de pret want aan het eind van de middag begint het langdurig te regenen.

We eten vandaag bij Dongbeiren, de keten die we nog kennen uit Shanghai en ook hier is het weer een drukte en een geschreeuw van jewelste. Na de maaltijd een lange wandeling terug naar het hotel, dwars door het centrum van Beijing. Straten vol restaurants met rode lampions. Alleen de fietsen zijn in het straatbeeld ingeruild voor auto’s.

DAG 3 – BEIJING

De zon is doorgebroken en het is meteen bloedheet. Wij bezoeken het olympische complex, gebouwd voor miljoenen, maar als die er niet zijn ontstaan er eindeloze lege vlaktes. Toiletten beginnen al tekenen van verval te vertonen na slechts 1 jaar. De eyecatchers zijn echter nog steeds oogverblindend; het olympisch zwembad met zijn bellenhuid en het vogelnest. Met een ticket kunnen we naar binnen in het vogelnest om het heilige olympische gras met eigen ogen te aanschouwen, samen met honderden enthousiaste Chinezen die extreem druk zijn elkaar op de foto te zetten, maar niet voordat iedereen eerst langs de temperatuurmeter is geweest.

Met de metro gaan we verder naar het nieuwe nationale theater, een in het water gelande ufo, die je via een onderwatergang betreed. Binnen in het indrukwekkende gebouw “hangen” een aantal theaterzalen. Het gebouw is van buiten modern en strak vorm gegeven maar binnen is het af en toe een salade van materialen, waarschijnlijk in een poging uit elk deel van het land iets typisch aan te leveren in de vorm van marmer of hout.

Vanaf de ufo wandelen we via de verboden stad het plein van de Hemelse Vrede over, waar je alleen nog via een toegangscontrole op kunt. Grote roerganger Mao heeft het nog steeds allemaal strak georganiseerd.

DAG 4 – BEIJING

In een poging enige informatie te krijgen over de treinen naar Mongolië reizen we van hot naar her in Beijing. We vinden van alles, ambassadewijken, moderne winkelcentra, een heerlijke crêperie en een supermarkt, alleen geen reisbureautje. Na een hele middag zoeken vinden we niet zo ver van ons hotel eindelijk de gezochte info die ons geruststelt om eerst een rondreisje door China te maken voor we de trein naar Mongolië pakken vanuit Datong.
We vinden dat we wel een etentje met een flesje wijn verdient hebben na alle omzwervingen voor we opnieuw op pad gaan om de ufo, het nieuwe theatergebouw, bij nacht te zien.

Via het afgesloten plein van de Hemelse Vrede wandelen we weer terug naar ons hotel.

DAG 5 – CHÉNGDÉ

We zijn bijna een uur onderweg om met de taxi naar het busstation te komen. Daar gaat het echter sneller en binnen een half uur zitten we in de bus naar Chéngdé en dat terwijl er geen woord Engels te lezen is. Maar de aanvankelijke vreugde over het snelle vertrek wordt snel getemperd als de bus elke 500 meter stopt om meer passagiers in te laden. We zijn zo’n 5 uur onderweg voor ongeveer 250 kilometer.
In het hotel krijgen we bij de balie eerst 5 minuten een thermometer onder onze arm voor we een kamer krijgen. Dat die kamer vol muggen zit maakt ze hier minder uit, maar ons wel dus we verhuizen snel naar een betere kamer.
Tijdens de avondwandeling langs de rivier lijkt heel Chéngdé in beweging. De groepsdans, de rolschaatsbaan en de publieke fitnesstoestellen vinden een grote schare beoefenaars.

Als we gaan eten worden we bijna besprongen door een groep serveersters. Allemaal willen ze de exotische gasten behulpzaam zijn. Wij zijn al lang blij als het onze mond niet verbrand en als het geen hert, kwal of zeekomkommer is dat hier allemaal op het menu prijkt. Wij gaan behoudend voor kip, paddenstoelen, taugé en couscous op Chinese wijze. Het is allemaal erg lekker.

Op straat wordt er weer gedanst en gemusiceerd, ditmaal o.a. met bijzondere blaasorgels. Chéngdé is een levendig stadje.

DAG 6 – CHÉNGDÉ

Iets van ontbijt vinden is hier onmogelijk. In het hotel houden ze er al om 8.30 mee op en in de winkeltjes ernaast tref je ook niets aan dat op een ontbijt lijkt, dus we doen het maar met een kopje thee. Het dagprogramma biedt een aantal tempels en paleizen dus we nemen een taxi naar de eerste, de Puning tempel waar een enorm boeddha beeld staat van 22 meter hoog. De godin van de vergeving en daar heeft ze 42 armen voor nodig. De tempel zelf is nog in bedrijf en voor degene die betaald zit er een orkestje klaar om het wierook branden kort muzikaal te begeleiden.

De achterste gebouwtjes van de tempel zijn onmiskenbaar Tibetaans, alleen de monniken zijn wat minder devoot.

Xumi Fushou Temple

Nog een Tibetaanse imitatie is de Putuozongcheng tempel. Een enorm rood blok met witte zijvleugels, geplaatst tegen een berg. Deze mooie tempel is niet meer in gebruik en is overgenomen door de kooplieden die er cola en prullaria aanbieden. Sommige oud aandoende muurschilderingen blijken gewoon op canvas afgedrukte foto’s te zijn. Maar als je er maar genoeg gekleurde vlaggetjes boven hangt heeft het toch meteen de Tibetaanse sfeer.
Het zomerverblijf van de Qing dynastie, een enorm ommuurd gebied van tuinen, vijvers en paviljoens heeft vandaag een weinig zomerse aanblik. Het regent al de hele dag en nu nog harder dus we houden de tuinen al snel voor gezien omdat wandelen in de regen niet onze favoriete hobby is.

’s Avonds bewonderen we de kermisachtig verlichte bruggen over de rivier.
Terug op de kamer gaat om 11 uur nog de telefoon; massage sir!?

DAG 7 – BEIJING

Na gisteren de hele dag in de regen gelopen te hebben is het vandaag, nu we met de bus terug gaan naar Beijing, een stralende dag. De bus is bijna leeg maar dat schijnt niemand te deren want er wordt niet verwoed op passagiers gejaagd als op de heenweg.

In Beijing kost het de nodige moeite om een taxi te vinden en het hotel van onze keuze maar na een uur zitten we toch in de “suite” van het Home Inn. Het hotel ligt midden in de hutongs bij het plein van de Hemelse Vrede en alles wordt hier volledig herbouwd, gesloopt of gerestaureerd wat betekent dat alle straatjes rond het hotel open liggen. De grote winkelstraat vlakbij is al wel zo goed als klaar en is spectaculair. Alles opgetrokken uit grijze steen met zuinig gebruikte Chinese accenten en details. De tramrails zijn ingebed in het nieuwe plaveisel en H&M en Zara hebben een prominent plekje gevonden. Als de kleine steegjes hier in de toekomst nog bij aangetrokken worden ontstaat er een heel bijzondere buurt die het midden houdt tussen traditioneel en futuristisch.
We doen vast inkopen voor het ontbijt van morgen in een enorme ondergrondse supermarkt en eten bij onze favoriete pizzeria waar ze een heerlijke saladebar hebben.

DAG 8 – DATONG

Als we het busstation binnen komen kunnen we zo door de bus in en 4 uur later zijn we al in Datong. Onderweg kolenmijnen in een kaal landschap en vlakbij Beijing vangen we nog een glimp op van de Chinese muur. Datong is het best te omschrijven als één grote lelijke bouwput. Overal wordt gesloopt en gebouwd en het stof stuift door de straten. Volledig kaal geslagen vlaktes waarin alleen de tempels ongemoeid zijn gelaten. Er omheen moet heel veel “moois” komen maar dat gaat nog even duren.

Bij het treinstation reserveren we een dagtochtje en de reis naar Mongolië. Met moeite vinden we tussen alle hotpot restaurants een gewoon restaurant maar ook dat houdt niet over. Als dan ook nog de zondvloed losbarst hebben we het wel even gehad met Datong. Met natte voeten vluchten we het hotel in met een flesje wijn.

DAG 9 – DATONG

Om 6 uur valt de stroom uit en als we opstaan is er ook geen water. Kaarsen verlichten het trappenhuis. We waren al niet enthousiast over dit hotel, met een ouderwetse sleutelbewaarster op de verdieping, maar nu weten we het zeker; snel verkassen. Aan de andere kant van het (natuurlijk opgebroken) stationsplein vinden we een hotel dat 10 keer beter is en slechts 10 euro duurder. Hier is er licht, water en allure. Nadat we onze spullen gestald hebben en alsnog een koude douche genomen hebben gaan we met een taxi door de oorlogszone, de stad uit naar de grotten van Yungang waar in de 5e eeuw gigantische boeddha’s en pagodes uit de rotsen gehakt zijn. Grot na grot prachtig beeldhouwwerk, zowel de grote objecten als de volledig bewerkte muren. Het roept herinneringen op aan Ajuna in India.

Als we terug in de stad zijn bekijken we nog een grote muur uit de 13e eeuw met 9 draken in geglazuurde steen. Daarna zoeken we ons een ongeluk naar een supermarkt die we gisteren gezien hebben. We moeten er drie keer de straat voor op en neer voor we hem weer vinden.
’s Avonds geen lange zoektochten naar een restaurant, dit hotel heeft er een. Alleen het personeel kijkt wat meewarig als wij de geroosterde eend niet door de suiker wentelen of in een pannenkoek wikkelen. Je ziet ze denken; “parels voor de zwijnen”.

DAG 10 – DATONG

We zijn de enige gegadigden voor het dagtochtje vandaag dus staat er een taxi voor ons klaar. Na een rit van meer dan een uur bereiken we de houten pagode Mùta in Yingxian, gebouwd in 1056 en blijkbaar hebben de waarschuwingen om er niet te roken al die jaren goed gewerkt.

De zwaluwen zijn er dolgelukkig mee. De omgeving is al op zijn Chinees opgeknapt. Rondom elk belangrijk bouwwerk leggen ze in een kleine cirkel “typisch” Chinese straatjes en tempels aan. En dan kunnen er busladingen Chinese toeristen aangevoerd worden. Een duidelijke groeimarkt. En voor de avontuurlijke toerist is er nu subsidie om naar de onrustige provincie van de Oeigoeren af te reizen, allemaal om een eventuele crisis snel in de kiem te smoren.

Van de pagode rijden we naar een krankzinnig hangend klooster. Het klooster hangt als een vogelnestje aan een enorme rotswand. Grote palen ondersteunen de constructie maar zien er niet al te betrouwbaar uit. In het klooster zeer smalle trapjes en doorgangen om maar zo dicht mogelijk tegen de rotswand te blijven. In de smalle kamertjes staan prachtige beelden.

Als we terug rijden naar Datong zien we in de bergen rotswoningen. We laten de taxi stoppen en brengen een bezoekje aan een oude man die trots zijn uitgehakte stulpje laat zien. Vijf gaten naast elkaar, de eerste is de woning, de volgende gaten zijn opslagruimtes. Er hangt zelfs een Amerikaans krantenartikel aan de muur die de rotswoningen beschrijft. Na alle schoonheid gaan we terug naar het vieze en lelijke Datong. Onze tickets schijnen geregeld te zijn dus in principe morgen op weg naar Mongolië.

DAG 11 – DATONG

De steeds beloofde slaapcabine voor 2 personen blijkt vanmorgen ineens een 4 persoons cabine geworden te zijn dus moet mijn vrouw weer eens ouderwets boos worden. En het heeft resultaat. Onze regelaar van het CITS (China International Travel Centre) pakt de telefoon en heeft een moment later goed nieuws, we hebben toch onze coupé. Om 14.00 zijn we ongeveer de enigen die hier op de Trans-Siberië express stappen. Het station is verder leeg en alle andere reizigers zitten al sinds vanmorgen vanaf Beijing in de trein.
Het landschap gaat al vrij snel over in immense leegte als we de Gobi woestijn doorkruisen. Bij de grens staat de trein 3 uur stil en even slaat ons de schrik om het hart als de trein wegrijdt terwijl wij net uitgestapt zijn, maar het is blijkbaar om de onderstellen te wisselen vanwege de andere maat treinrails. Als de Chinese en even later Mongoolse formaliteiten geregeld zijn maken we onze bedjes op en rijden het donkere Mongolië binnen.

DAG 12 – ULAAN BAATAR

Het gras is groen, als we wakker worden, de leegte is gebleven. We spotten de eerste kamelen en nomadententen. Door het groene landschap rijden we verder naar Ulaan Baatar, de enige stad van omvang in Mongolië. Als we geld gewisseld hebben op het station worden meteen van een deel ervan berooft door een taxichauffeur die wel erg veel rekent voor het ritje naar het hotel, 15 euro.
Nadat we onze bagage kwijt zijn kijken we wat rond bij de bureautjes die tours aanbieden. De Nederlanders die hier zitten hebben natuurlijk een relatie goedkope kampeertrip, maar de kans op regen is in dit seizoen elke dag aanwezig dus kamperen is weinig aanlokkelijk. Een Amerikaans reisbureautje heeft het beter georganiseerd in Ger-kampen maar die is 2 keer zo duur. Morgen gaan we wel verder onderhandelen.
Een gemene oogontsteking die vandaag opkomt maakt de blik op de wereld helaas wat troebel.

DAG 13 – ULAAN BAATAR

Dit hotel is het eerste in 2 weken tijd waar een normaal ontbijtje geserveerd wordt dus we laten het ons goed smaken.
De donkere bril moet het geïnfecteerde oog beschermen en camoufleren. Het zal vanzelf over moeten gaan want in de apotheek met allemaal Russisch op de doosjes worden we niet veel wijzer. Bij Tseren Tours worden we niet geholpen door de wat ongeïnteresseerde eigenaar, maar door een van zijn Mongoolse werkneemsters en die weet een helder en duidelijk verhaal te vertellen waardoor we toch hier boeken want qua prijs kunnen de Amerikanen hier niet aan tippen.
Als alles geboekt en betaald is lopen we naar het Gandan Hiid klooster en dwalen daar door de verschillende ruimtes en gebouwtjes. Het heeft onmiskenbaar haar Tibetaanse invloeden. De tenten zorgen voor de Mongoolse saus. Monniken verrichten tegen betaling goocheltrucs aan de gelovigen met poeders, gezang en geschriften, tussendoor checken ze hun mobiele telefoons.

Aan het begin van de avond gaan we naar een theater om traditionele dans, acrobatiek en muziek te zien. Ook de boventoon zang ontbreekt natuurlijk niet. De kwaliteit van de onderdelen is erg goed maar het is duidelijk een voor toeristen in elkaar geknutselde show, van alles een klein beetje.
Omdat we net voor aanvang binnenkwamen laat ik in de hectiek onze reisgids bij de kassa liggen. Hij is wel gevonden, blijkt later, maar toch weg. Waarschijnlijk bij de kassajuffrouw op haar nachtkastje. Gevolg is dat wij op de bonnefooi een restaurant moeten zoeken. We vinden een stampvol buitenterras. Een Mongoolse vroedvrouw en haar Franse man zitten bij ons aan tafel en het wordt erg gezellig. We leren onze eerste Mongoolse woordjes.

DAG 14 – ULAAN BAATAR

De oogontsteking lijkt op zijn retour dus ik hoop te ontsnappen aan de Mongoolse gezondheidszorg. De remedie hier is eerst het oog door iemand schoon te laten likken maar er zijn nog geen vrijwilligers gevonden. We struinen wat door de stad, kopen een nieuw reisgidsje, een paar mooie ringen, Mongoolse pumps en wat snuisterijen voor de familie en leveren de ansichtkaarten af bij het postkantoor.

’s Middags bezoeken we het Choijin Lama klooster en museum en om 5 uur vindt daar een concertje plaats van traditionele muziek en boventoonzang die veel meer betovert dan gisteren in het theater. Buiten voor de deuren van het klooster spelen de vier muzikanten prachtige melodieën die je al over de eindeloze vlaktes voeren.

’s Avonds doen we luxe inkopen als chips, koekjes en toiletpapier voor de 10 daagse trip die aanstaande is. We verwachten lange avonden in het lege land.

DAG 15 – TEN ZUIDEN VAN ULAAN BAATAR

De mensen van Tseren Tours zijn aan de vroege kant, net nu we extra tijd nodig hebben om de man van het hotel uit te leggen dat we alleen toast willen en geen met worst en ketchup gevulde sandwich. Van het hotel rijden we naar het reisbureau waar onze kersverse gids meteen haar biezen kan pakken omdat ze tegen de regels in kauwgum loopt te kauwen. En als haar Nederlandse baas daar iets van zegt lacht ze hem uit. Einde verhaal eerste gids, want zo hadden ze haar dat niet geleerd op de cursus. En dus moet er hals over kop een nieuwe gids opgetrommeld worden. Deze lijkt net uit het winkelcentrum te komen, grote zonnebril, truitje met strass steentjes, maar… erg leuk, evenals de chauffeur, die blij lijkt te zijn met deze nieuwe reisgezel.
De Russische jeep die we hadden verwacht blijkt een veel luxer Koreaanse Hyundai en daarmee rijden we via het vliegveld de leegte in. Foto’s kunnen niet weergeven hoe het is om honderden kilometers door een vrijwel leeg landschap te rijden dat toch elke keer totaal anders is. Bij een meertje komt net een kudde paarden aan gegaloppeerd met grote dorst. Even mogen ze met zijn allen genieten voor de ruiters ze terug drijven, de steppe op.

Aan het eind van de dag bereiken we een leeg ger-kamp. We zijn de enige bezoekers. Alle andere ger’s staan leeg. Grote zwermen vogels trekken over, konijnen komen uit hun holen. Eerder op de dag zagen we al ontelbare roofvogels terwijl muizen en eekhoorntjes overal heen schoten, gieren in zweefvlucht en kraanvogels in de verte. Het lege landschap herbergt een rijkdom aan leven. En overal herders met hun grote kuddes geiten, schapen en koeien.
Tuya, onze gids, heeft haar stadse kleding verwisseld voor een kampeeroutfit en tovert een heerlijke maaltijd op tafel en wij prijzen ons gelukkig dat we niet met een tentje in de middle of nowhere zijn gaan kamperen maar een heerlijk bed hebben in onze tweepersoons ger.

DAG 16 – ERDENEDALAY

Als we na het ontbijt weer in de 4WD stappen dringt het besef door dat we honderden kilometers door een steeds veranderend landschap gaan rijden zonder een verharde weg, huizen of afzettingen. De auto volgt het spoor dat andere auto’s in hun zoektocht naar de beste weg getrokken hebben of maakt een nieuwe als de oude niet meer begaanbaar zijn. Eerst nog door groene weiden tussen rotsformaties door, dan de steeds kaler wordende Gobi woestijn in.

De ouders van onze gids Tuya wonen in het plots opduikende stadje Erdenedalay en ze heeft ze al een seintje gegeven want in hun huisje staat de lunch al klaar. Zomers bivakkeren ze in dit huisje, ’s winters verkiezen ze de traditionele tent ernaast. In de kast de foto’s van opa en oma met een klein flesje whisky en een gebedsmolentje ervoor.

Nadat we afscheid hebben genomen van haar ouders rijden we verder de Gobi in waar het vreemd genoeg enorm geregend heeft en dat betekent weer nieuwe wegen zoeken voor onze chauffeur om de plassen en kleine meertjes te omzeilen.
Na de ruïnes van een klooster volgt er ineens een vijftig kilometer lange vlakte waar met gemak 80 kilometer per uur gereden kan worden. Natuurlijk wel eerst bescherming van de hogere machten regelen door 3 keer rond de steenhopen te lopen die vol liggen met offergaven als lege flessen, geld, geluksbeeldjes en schedels. Onderweg komen we de eerste kamelen tegen en als we bijna in het Gobi kamp zijn schieten er een paar antilopen weg.

DAG 17 – GOBI

De rit voor vandaag is niet zo lang dus we moeten wat tijd rekken. Dus laat ontbijten en dan na een uurtje of twee alweer de uitgebreide lunch midden op de oneindige vlakte. De enige “bezienswaardigheid” ligt vlak bij het kamp van deze ochtend, de Flaming Cliffs. Mooie rotsformaties die vroeger de bodem van de zee geweest zijn. Overal zijn hier mooie stenen te vinden en zelfs dino resten. Maar de mensen hier hebben de mooiste stenen al voor ons gevonden en we kopen een paar mooie kristallen. Halverwege de middag zijn we al in het volgende kamp dat volledig uitgestorven is. Het slot wordt door een mannetje maar vast van de tent gesloopt anders kunnen we er niet in.
’s Avonds, als de mensen van het kamp gearriveerd zijn gaan de geheimen van het kamp voor ons open. Het hoofdgebouwtje heeft namelijk een disco ondergronds en een museumpje op de 1e verdieping. Daar staat zomaar in een stoffige bovenkamer een opgezette sneeuwpanter en liggen op een bed van zand de resten van dino’s, stukken ruggenwervel, gigantische klauwen (als een kippenpoot maar dan van 1 meter) en een schildpad. Aan het plafond een reusachtige gier. Sommige musea zouden zeker belangstelling hebben voor wat hier uitgestald ligt. In de disco komen twee jongens die vanmiddag nog aan het schapenhoeden waren nu in vol ornaat voor ons musiceren onder het camouflagenet naast de discobol. Traditionele muziek in een ondergrondse disco in de Gobi woestijn. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

DAG 18 – GOBI

Na het ontbijt aanschouwen we nogmaals het bizarre museumpje, nu met wat daglicht. Daarna rijden we de Yol vallei in waar een riviertje het hele jaar met ijs bedekt zou moeten zijn, maar niet vandaag. We treffen nog 2 grote brokken ijs aan maar daar houdt het mee op. Misschien dat de hamsters en de grondeekhoorns daarom zo uitgelaten zijn want ze flitsen overal voorbij.
In een nederzetting scoren we een brood voor we weer gaan lunchen op een oneindige vlakte. Als we verder rijden klapt de band. Dat betekent dat de chauffeur even zijn werkpak moet aantrekken om de band te wisselen voor we verder kunnen.

Dan verschijnen de enorme zandduinen van Khongoryn Els. Terwijl we naar ons kamp rijden genieten we van het landschap. De zon gaat helaas aan de verkeerde kant onder dus het deel wat we zien verdwijnt in grote schaduwen. Morgen vroeg gaan we opnieuw kijken.

DAG 19 – GOBI

We rijden nog een keer naar de zandduinen maar een lichte zandstorm zorgt ervoor dat we al snel noordwaarts trekken. We laten de Gobi achter ons, trekken hoge heuvels over, passeren een kloof waar we een enorme gier zien, steken een dorre vlakte over waar we lekkere besjes van een struik plukken om dan een enorme volledig kale vlakte in te rijden waar het enorm hard waait. De ideale plek om een bladveer kapot te rijden. 2½ Uur is Osgoo, onze chauffeur, bezig om er een nieuwe onder te zetten. Gelukkig krijgt hij hulp van een andere chauffeur die na een uur passeert. Ze laten hier niemand alleen staan zwoegen alleen kan het heel lang duren voor er iemand langs komt.

In een kleine nederzetting doen we wat inkopen zoals snoep voor onderweg en daarna rijden we door naar het ger-kamp. Na de hitte van de Gobi kunnen nu de lange broeken weer uit de rugzak. We zijn weer eens de enige bezoekers in een kamp. Het is óf de economische crisis óf de inhaligheid van het reisbureautje die de mensen liever in een tentje in de middle of nowhere laten kamperen om zo meer geld voor zichzelf binnen te halen. Voor de beheerders van kampen is het jammer. Zij zetten 20 ger’s neer en die staan nu leeg. Maar het moet gezegd, veel toeristen zijn er ook niet. Het grootste deel van de dag zien we geen levende ziel op de geiten, kamelen, schapen en paarden na. In het kamp dient 1 ger als restaurant en er is één lamp op een accu die we meekrijgen naar onze tent als we nog wat willen lezen. De mensen zijn als altijd supervriendelijk en alles is brandschoon. En elke avond een heerlijk bed na een dag gehobbel in de 4wd.

DAG 20 – ARVAYHEER

Via het stadje Arvayheer rijden we noordwaarts en er ligt zowaar een stukje asfalt en er is een stoplicht. In het supermarktje scoren we een flesje wijn en dan rijden we weer de onmetelijkheid in. Bij een familie onderweg mogen we even proeven van de lekkernijen als zure melk en keiharde paardenkaas maar we bedanken al snel voor deze lokale delicatessen. We maken prachtige foto’s van het interieur en van de mensen voor we weer verder trekken.

Er beginnen bossen te verschijnen en in een veld staat zomaar een vliegtuig, een sproeivliegtuig waarschijnlijk. Vandaag is het de bedoeling om bij een familie te overnachten, maar de meeste ger’s puilen uit van de kinderen en ze zitten niet echt op ons te wachten ondanks de hoera verhalen over de gastvrijheid en ik geef ze geen ongelijk. Uiteindelijk vinden we een ger midden tussen de beesten maar ook hier lijken ze niet echt blij met ons bezoek. En het vooruitzicht om in de zurig ruikende tent met ongeveer 10 personen te overnachten is voor ons ook weinig aanlokkelijk dus we kiezen snel voor de optie van de tentjes, die we toch bij ons hebben. Ondertussen is de hele familie druk met het binnenhalen van de beesten en het melken van de enorme rij. Geitenmelk, schapenmelk, paardenmelk en melk van de yak. In grote vaten wordt alles opgeslagen om tot het een of ander verwerkt te worden. Een enorme wolk vliegen is nu al enthousiast.
In de tent is het afzien. Flinterdunne matrasjes op een helling maken dat we blij zijn als het weer ochtend is en we weg kunnen.

DAG 21 – ONGI KLOOSTER

Om half zeven op, ontbijten en inpakken en wegwezen. We rijden vandaag naar het Ongi klooster. Verwoest door de communisten maar nu weer herbouwt. Voordat we er zijn moeten we wel kilometers de berg op en na afloop ook weer omlaag.

Daarna moeten we op zoek naar ons ger-kamp. Maar door een kleine kink in de kabel van de anders vlekkeloze organisatie wordt dat de grootste expeditie van de dag omdat de chauffeur geen idee heeft waar het kamp moet liggen. Twee uur zoeken we in het land zonder richtingsborden en wegen. Maar als we het kamp eindelijk gevonden hebben blijkt deze weer prachtig hoewel we er door onze late aankomst nauwelijks van kunnen genieten. Voor de verandering zijn er hier ook Mongolen zelf op vakantie en dan moet er natuurlijk met pijl en boog geschoten worden op een dierenhuid. Tot het donker wordt.

DAG 22 – ERDENE ZUU KLOOSTER

Nu we toch bij de waterval zijn die we gisteren hadden willen overslaan nemen we er even een kijkje, net als een groep ongeorganiseerde Mongoolse soldaten die ook niks beters te doen hebben.
Als we verder rijden eist het vulkanische gesteente dat overal als pijlpunten uit de grond steekt nog een autoband op maar die is snel vervangen. Het einddoel vandaag is het Erdene Zuu klooster met haar muur met 108 stupa’s. Het ger-kamp ligt er precies naast dus als we onze spullen in de ger gegooid hebben lopen we het kloostercomplex binnen. Een van de gebouwen is weer echt Tibetaans terwijl de andere gebouwen meer op de Chinese boeddhistische tempels lijken. Her en der zijn de monniken nog wat voor de discipelen aan het toveren maar het mooiste beeld is toch de lange muur met stupa’s.

DAG 23 – TEN WESTEN VAN ULAAN BAATAR

Voor 15 euro kopen we een boeddha-tasje bij de handelaren die rond een stenen penis annex vruchtbaarheidssymbool staan opgesteld en daarna rijden we door naar de zandduinen halverwege UB (zoals de hoofdstad door iedereen afgekort wordt). Het is een kort ritje maar we zitten heel lang te kletsen met een Engelsman en zijn Duitse vriendin die ongeveer dezelfde tour doen als wij. Zij doen dat om de reparatie van hun auto af te wachten waarmee ze in Rusland over de kop zijn geslagen. Het zijn van die autonomen types uit Berlijn waar de Mongoolse gidsen heel wat over af roddelen. Vooral dat ze zich nooit wassen is een item.
Het laatste ger-kamp van onze tour is prachtig gelegen onder aan de duinen. Het is prachtig weer en het bier is hier echt koud. Dus we zitten lekker buiten, schrijven de notitieboekjes van Otgoo en Tuya vol en wisselen adressen uit. Otgoo gaan we lysterine toesturen waaraan hij helemaal verslaafd is geraakt toen hij een paar dagen geleden kiespijn kreeg. Morgen terug naar UB.

DAG 24 – ULAAN BAATAR

Na het ontbijt voor de ger lopen we naar de zandduinen achter het kamp. Deze zijn niet zo hoog als in de Gobi dus zijn ze zo beklommen voor het mooie uitzicht.
Voor we richting UB rijden gaat Otgoo nog eerst bij de ger van familie langs waar een geslacht schaap, volledig uitgesorteerd, op hem ligt te wachten. Het plan is om het in kartonnen dozen op het dak van de auto naar UB te vervoeren maar het natte vlees puilt al snel door het week wordende karton. Maar niet alleen nomaden zijn goed voorbereid, ook backpackers zijn dat dus onze grote zwarte vuilniszakken zorgen voor de oplossing. Onderweg wordt de huid van het schaap nog voor 2 euro bij een opkoper langs de weg verkocht.
Sinds gisteren was er een lange strook asfalt maar die houdt ook zo maar weer op en meteen stuiteren we in een enorme kuil. Gelukkig is het schaap op het dak al dood. Bij een brug is men druk bezig een enorme kudde schapen en geiten er overheen te drijven. Als er 1 schaap over de brug is volgen er meer maar wel uiterst moeizaam. De meeste dieren volgen niet vrijwillig.

In UB staan we meteen vast in de avondspits. We nemen bij ons hotel afscheid van Otgoo en Tuya die, omdat ze ook lekker in ger’s konden overnachten en niet telkens tenten moesten opzetten en afbreken, zelf ook bijna vakantie gehad hebben.
’s Avonds eten we heerlijk bij het bijna yuppie aandoende Veranda restaurant als er een geweldige wolkbreuk plaatsvindt. De mensen op het balkon moeten naar binnen vluchten en her en der aan de tafels binnen aanschuiven gehuld in dekens. Na het eten is het plassen ontwijken in donker UB waar de straatverlichting is uitgevallen.

DAG 25 – ULAAN BAATAR

Het museum in UB was nog overgebleven op de lijst van bezienswaardigheden dus lopen we door de zalen met opgezette dieren. Maar waar het hier echt om gaat zijn de overblijfselen van dinosauriërs. Een hele grote staat er in een zaal met er omheen tientallen broers en zussen. Allemaal gevonden in de Gobi woestijn en in vaak perfecte staat. Hele nesten vol versteende dino eieren. Prachtig is het nest net uitgekomen dino’s, een stuk of 15, die dus niet oud geworden zijn.

We proberen via internet al de vluchten te reserveren maar we komen niet veel verder dus we gaan nog maar eens heerlijk dineren bij Veranda.

DAG 26 – BEIJING

De taxi staat al vroeg te wachten om ons naar het vliegveld van UB te brengen. Samen met een hele schoolklas Chinezen checken we in. Als er een beroemdheid arriveert vliegt de hele klas er op af. Het vliegtuig vertrekt voor de verandering eens te vroeg en om 13.00 zijn we weer terug in de bewoonde wereld, Beijing. We gaan naar een hotel vlak bij het vliegveld om morgen niet extreem vroeg op te moeten. Het hotel is van alle gemakken voorzien, een winkel, een goed restaurant en een filmkanaal. Zo komen we de rest van de dag wel door.

DAG 27 – FRANKFURT

Een busje pikt ons op bij het hotel om ons naar het vliegveld te brengen. De Chinezen hebben er geen moeite als er zieke mensen vertrekken want nu is er van enige controle geen sprake. Tegen de middag zijn we in Frankfurt waar we de uren wachttijd aan ons voorbij laten gaan op het terras van een Italiaanse ijssalon voor we in de avond verder vliegen naar Munster waar onze auto op ons wacht voor de laatste kilometers naar huis.

Bekijk meer foto’s hier: THE STATE VISITS – WORLD HERITAGE SITES

Bekijk meer foto’s hier: THE STATE VISITS – ARCHITECTURAL EDITION

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.