1991 THAILAND

1991 THAILAND

DAG 1 – NAAR SCHIPHOL

Enigszins dom zitten we in ons netjes opgeruimde huis . Alles is ingepakt, schoongemaakt of opgeruimd. Het ontbijt was ietwat overdreven omdat alle restjes op moesten zodat er niets gaat schimmelen in de koelkast. Een oudere vriendin wil ons samen met haar schandknaapje komen uitzwaaien. Daarom een rendez-vous in de stationsrestauratie waar nog de laatste roddels over een andere minnaar van haar, een hitsige beatle uit Iowa, uitgewisseld kunnen worden. De lippenstift van het Kruidvat herinnert ons in de trein nog een tijd aan het afscheid.
In Amsterdam wachten ons nieuwe roddels want een ex-vriendin, die het laatste deel van het uitzwaaien waarneemt, heeft ook nog het laatste hete nieuws.
Op Schiphol twee teleurstellingen. Geen rokersstoelen wat met name mijn vrouw verdriet en een groep waarin jonge dynamische personen zoals wijzelf volledig ontbreken. De prachtige stewardessen van Singapore Airlines maken echter veel goed door het schenken van veel glimlachjes en drank.

DAG 2 – BANGKOK

Hoog in de lucht ontbijten we met de speelfilm “Green card” met Angie MacDowell en Gerard Depardieu en daarna verbreken we de westerse banden door te landen op Thaise bodem.
Een blozende jonge reisleidster laadt ons in busjes. Wij overleven in korte tijd vele pogingen tot doodslag van Thaise verkeerspiraten op brommer, in auto’s en tuk-tuk’s. Blij laten wij ons weer uitladen bij het AA guesthouse in Bangkok.
Even tijd voor een ommetje tussen honderden eettentjes en straatverkopers. Mijn vrouw ziet: ringen … bh’s … jurkjes … schoenen … en het is pas de eerste dag.
Groepsgevoel moet je kweken, dus saaiheid moet omgezet worden in warme vriendschap door een gezamenlijk introductie-etentje. Het is stil aan tafel. De blozende jonge reisleidster wijt het aan het smaakvolle eten. Zelf achten we de uitslaande binnenbrand in de mondholte verantwoordelijk voor de ingevallen stilte. Het gezellige avondje met hete boontjes, reuzengarnalen, rijst, vis en gruwelsoep is dan ook snel ten einde.
De Thaise whiskystraat waar onze Thaise gids ons heen brengt heeft veel minder couleur locale maar hier komen we aan het eind van de avond een stuk blijer naar buiten.

DAG 3 – BANGKOK

Met de Mekongwhisky van gisteravond in ons lijf is het niet moeilijk om rustig door te slapen tot we er zeker van zijn dat we niemand van de groep aan zullen treffen bij het ontbijt.
Vandaag staat Bangkok’s toeristenattraktie nummer 1 op het programma. Het Grand Palace en de Wat Phra Keo.
Na toast met jam en fruitsalade gaan we te voet op weg en al gauw denken we er te zijn maar we blijken de Wat Mahathat binnen gewandeld te zijn. Een nationaal centrum van de Mahanikai sekte. Een enthousiaste gids wordt over-enthousiast als hij ons van 100 bath heeft ontdaan. Maar ook wij zijn snel in dezelfde gemoedstoestand want we belanden midden in een inwijdingsritueel. Een hele groep kaalgeschoren jongens met allemaal een lotusknop in hun hand knielen voor het immense boeddhabeeld. Moeders kijken op de achtergrond toe en een orkestje zorgt voor een gewijde sfeer. Onze kennis van de Thaise taal is nul dus begrijpen doen we weinig. In een belendend tempeltje bekijken we eeuwenoude kasten met even oude geschriften er in en via een boedhha-galerij staan we na een uur weer buiten. Wel met in ons bezit een minuscule geluksboeddha die we voor 40 bath van de gids mochten overnemen.

Dan toch de Wat Phra Keo. Maar een omgeschoolde Rode Khmer is niet blij met onze blote armen. Of we maar eerst aan de overkant een keurig overhemdje willen gaan huren. Gekleed in de laatste Thaise mode mogen we even later wel naar binnen.Alles wat in de vorige tempel ontspannen en relaxed ging gaat hier opgefokt en streng. Overal strenge bewaking en de looprichting is al voor je bepaald. Maar elke opkomende irritatie wordt in de kiem gesmoord door een overdaad aan pracht en praal, alles is bedekt met een fel gekleurd mozaïek en wie kan er kwaad zijn in het aanschijn van de Emerald Boeddha, hoog op een altaar?
Met pijn in het hart doen we weer afstand van onze bloesjes en nemen een drankje. Een enthousiaste Thaise student geeft ons allerlei tips en waarom zouden we ’s avonds niet mee uit eten en naar een disco gaan? Hij komt ons wel halen.
Tot die tijd kunnen we nog wel een tempel “doen”. De Wat Arun. Een frisse Hollandse meid wil wel met ons mee dezelfde kant op. De tempel ligt aan de andere kant van de rivier en we hebben er twee pogingen voor nodig om er per boot te komen. Jammer dat dan de Wat Arun dicht is.
Terug in onze guesthouse is het wachten op de niet verschijnende Thai. Dan zelf maar op zoek naar niet te heet voedsel. Met de tuk-tuk laten we ons naar Bangkok’s Chinatown vervoeren en zowaar kunnen we daar lekker gebakken vlees met rijst eten. De straat van gisteravond is ons goed bevallen dus we gaan terug voor een klein slaapmutsje wat een grote wordt. Eerst zien we de frisse Hollandse meid terug die gezellig mee komt drinken. Dan komen twee dronken Thai aanschuiven en daarna nog twee Denen. Waarachtig een internationaal drinkgelag. Terwijl er zich een vrolijk geanimeerd gesprek ontspint begint een hand zachtjes mijn nek te masseren. Een publieke Thaise dame ziet wel brood in mij en waagt een poging. Mijn alerte echtgenote wil onmiddellijk het fijne weten van deze avances maar de vrouw in kwestie maakt haar fijntjes duidelijk dat ze in functie is en dus geen tijd heeft voor nodeloos geklets. Om dit afdoende te illustreren laat ze haar kamersleutel zien. Ondertussen heeft één van de dronken Thai gekotst. Na het onvermijdelijke adressen uitwisselen en het soldaat maken van de derde fles mekongwhisky is het tijd om een eind aan de avond te draaien. Het is half drie en om zes uur zal onze sportieve wakkere reisleidster weer op onze deur kloppen.

DAG 4 – RIVER KWAI

En daar is dan die klop op de deur van de jonge akela om zes uur ’s morgens. Djoser-tour vandaag. Langs vele in aanbouw zijnde postmoderne bouwsels komen we aan bij de drijvende markt. Vrouwtjes met hoeden in ranke bootjes. De bootjes vol geladen met groenten en fruit, vlees en vis en vliegen lijken slechts rond te varen om de fotografen onder ons te plezieren maar ze doen toch daadwerkelijk zaken met vrouwtjes met hoeden in nog lege bootjes.
Door naar het Yeath War Museum. Vergeelde foto’s in een rommelig museum van krijgsgevangenen die werkten aan de Birma-spoorweg.
Overnachten gaan we deze nacht in het Junglehouse, een drijvend guesthouse op de River Kwai met uitzicht op het uit hoge houten palen opgetrokken bouwwerk dat de rails van de spoorlijn door de lucht laat zweven.
Omdat actieve doe-vakanties in opkomst zijn ligt er een vlot op ons te wachten. Wij moeten zwemvesten aantrekken en een schip trekt het vlot stroomopwaarts. En dan mogen we springen. De sterke stroming doet de rest en in een mum van tijd drijven we terug naar onze eigen aanlegsteiger.
Het eten ’s avonds wordt onveilig gemaakt door een mensenetende witte gibbon en de inspanningen van de dag zorgen voor snel vertrek naar dromenland.

DAG 5 – KANCHANABURI

Hoe Adam en Eva zich gevoeld moeten hebben wordt ineens duidelijk als ook wij veel te snel ons paradijsje moeten verlaten want we moeten zonodig de grotten in. In een longboat ernaartoe, klimmen naar de toegangspoort van het onderaardse gewelf, grote zalen met uitstulpingen … ach … wel aardig. Onderweg knagen we wat platgeslagen gegrilde kippen op een stokje en ronden een maiskolfje om daarna met de trein over ons uitzicht van gisteren te rijden. Twee bommen geven aan dat de brug waar we bij aankomst over rijden de beroemde Bridge over the River Kwai is. Verkopers laten er geen twijfel over bestaan: WAR IS OVER.
Het hotel staat vandaag in Kanchanaburi en ik en mijn geliefde hebben twee tweepersoons bedden tot onze beschikking, maar niet twee telefoons om elkaar dan te bellen.
Voor het donker wordt brengen we een bezoekje aan het Chinese oorlogskerkhof waar graven als suikertaarten te zien zijn. De Chinese jaartelling zorgt voor een vervreemdend effect. De gesneuvelden zijn overledenen in de onze toekomst. Het geallieerde kerkhof blijkt al gesloten.

In een overvloed aan glimlach eten we nasi die net zo smaakt als die van de Hollandse Chinees. Na het eten is het party-time in een zaaltje van het hotel. Karaoke met Thaise ondertitels, maar af en toe ook een Engels nummer. Serveersters lopen met een dienblad rond met daarop de microfoon voor de uitverkorenen en ook kun je bij hen verzoeknummers indienen. Als gerenommeerd zanger kan ik de verleiding natuurlijk niet weerstaan en ik verzoek ze om “My way”. Dat zal ze met stomheid doen slaan. Na een uur krijg ik eindelijk de microfoon en wat wordt er gedraaid? “Five miles from home”. Nooit van gehoord. Alle voorbereiding voor niets en weg eeuwige roem en glorie. Maar …… na een half uur komt toch “My way”. Het publiek is tot tranen toe geroerd.

DAG 6 – NAKORN PATHOM

Twee uur in de auto naar de Erewan watervallen, de Loosdrechtse Plassen van de Thai. Om bij de zeven waterbekkens van de watervallen te komen moet je eerst een half uur door bagger en modder omhoog glibberen.
Alle Thai zwemmen er volledig gekleed in rond. Wij gebruiken handdoeken om ons ondergoed uit te frunniken en zwemkleding aan te frommelen. Na deze capriolen zwemmen we naar een grote steen waar een straal op neerklettert die moet doorgaan voor stevigste douchestraal ter wereld. Na deze “ongekende” sensatie is het weer een half uur naar beneden glibberen.
Weer twee uur in de auto om in Nakorn Pathom de Phra Pathom Chedi te bekijken. Het hoogste Boeddhistische monument (127 m) ter wereld. Veel mensen komen hier om de aanwezige boeddha’s vol bladgoud te plakken. Wij lopen de hele verdere dag met goud onder onze schoenen.
Terug in Bangkok hebben we al een vast ritueel, hapje eten, whiskytje drinken, babbeltje met de groep en dan plat.

Phra Pathom Chedi

DAG 7 – BANGKOK

We worden wakker door een gigantische stortbui. Toch is het droog als we uit ons nestje komen.
Met bus 3 naar de Chatuchah markt. De grootste weekendmarkt in het verre oosten. De vingers van mijn vrouw zitten al snel vol met ringen en haar polsen verdwijnen onder de armbanden. Haar ogen beginnen snel net zo te twinkelen als alle sieraden. Maar dan ontdek ik een prachtig Thais bamboe mondorgel waarmee ik haar uitgaven in één klap kan overtreffen. Als de koophonger gestild is bekijken we de levende have; Beo’s, goudvissen in alle soorten en maten, hondjes en veel ander krioelend spul.
Verder met een nu stampvolle bus 3 naar de Wat Po. De immense liggende boeddha is prachtig. Achter zijn rug staan honderden potjes waar je geld kunt offeren. Aan het geluid kun je precies horen of er behoorlijk of gierig geofferd wordt. Buiten is men druk bezig met het restaureren van de tempeldaken. De chedi’s worden eerst helemaal afgebikt en daarna opnieuw van tegeltjes voorzien.

Daarna is het afscheid van Bangkok aanstaande. Een vrije luxe treinreis naar het noorden is ons voorgespiegeld. Die luxe is de volgende service; de hele reis is er op gericht om jou als onwetende toerist zoveel mogelijk geld afhandig te maken. Bier, cola, sinaasappelsap, allemaal twee keer zo duur als normaal en diners van 120 of 130 bath die koud op je uitklaptafeltje komen. En om halftien is het toch echt de bedoeling dat iedereen gaat slapen want om zes uur is het al weer licht, dus wordt iedereen resoluut in bed gestopt. De bediening wil klaarblijkelijk op tijd kunnen gaan kaarten zonder gezeur van lastige reizigers.

DAG 8 – CHANG MAI

Dat het om zes uur ’s morgens al weer licht is klopt. Dat we dan ook bijna in Chang Mai moeten zijn klopt niet. Terwijl wij heerlijk lagen te dromen blijkt de trein vanaf één uur ’s nachts stilgestaan te hebben en i.p.v. half acht wordt de geschatte aankomsttijd nu half een. Fijne reis.
Maar de Chang Mai Inn waar we een tijdje gaan verblijven vergoedt veel. Alles spiksplinternieuw. Prachtige kamers, lekkere bedden die gewoon opgemaakt zijn (dus niet een gore matras met een overtrekje en een groezelig dekentje aan het voeteneinde). Airco en heerlijke maaltijden voor een prikkie.

Na een heerlijke maaltijd verkennen we datgene wat voor het centrum van Chang Mai moet doorgaan. Een vierkant gebiedje tussen wat grachten. We moeten goed zoeken naar wat Wat’s. Wat we aan Wat’s vinden is allemaal kleiner en eenvoudiger dan in Bangkok en veelal in hout uitgevoerd.
’s Avonds gaan we naar de Night Market waar goed merkbaar is dat de toeristenindustrie dit als groeimarkt ziet. We zouden net zo goed aan de Spaanse of Franse kust kunnen zijn. Toch moet ons geld op dus ook hier kopen we weer wat sieraden en een leuk kitscherig opiumpijpje.
In een raar restaurantje eten we garnalen en calamaris. Dat is durven, zo ver van zee.
Op het terras van ons o zo schone hotel bewerkstelligen we door klessebessen en leuteren saamhorigheidsgevoel in de groep
De eerste vakantiefoto’s zijn binnen want het is niet duur om ze hier te laten ontwikkelen. Er hangt wel een blauwe Thaise waas overheen.

DAG 9 – CHANG MAI

Groepsreizen zijn soms handig maar ga nooit mee op georganiseerde excursies want dan wacht je de toeristenfuik. Vandaag een straat met allemaal keramiek- en zijdezaakjes. Wij mogen de producten tegen hoge prijzen eventueel de onze noemen. De kartonnen dozen staan al klaar om al dat moois naar Europa te verschepen. Willen we een handbeschilderde paraplu, handbeschilderde potten of toch handgeweven zijde? Nee, mijn vrouw heeft al tijden haar zinnen gezet op een Hill-tribe jasje met bonte borduursels. Een jasje dat ze nooit aan zal doen, maar waar ze nu heel blij mee is.
Na zo overduidelijk als wandelende portemonnee behandeld te zijn is het hoog tijd voor drank. In een leuk Blues cafeetje gieten we wat whisky naar binnen en maken én passant een studie van Koos, een gehandicapte kakkerlak op de muur, die niet afkerig is van het door ons aangeboden uienringetje.

Eigenlijk weten we verder niet wat we nog moeten doen. We hebben het wel zo’n beetje gezien in Chang Mai.

DAG 10 – LAMPUN

Is de fietstaxi goed voor het welzijn van de fietstaxi-bestuurder? Terwijl de arme man zich rot trapt op weg naar het busstation bekruipt ons een vervelend pasja gevoel. Dit willen we niet nog eens meemaken. Hij moet er weliswaar zijn geld mee verdienen maar de passagier heeft toch ook recht op zijn zielenrust? Nee, dan liever gewoon met de bus. Onderweg zijn veel bomen met oranje linten versiert voor een of ander onbekend feest en de voorbereidingen zijn in volle gang. Precies voor de deur van de Wat Haripunchai in Lampun stopt de bus.
Een prachtige gouden Chedi staat in alle pracht en praal naar ons te lonken maar helaas; “Woman not allowed”. Uit woede zouden we even op de reuzengong, die naast de toren staat, moet rammen. Volgens onze reisgids moeten we later nog een betere Mon-tempel te zien krijgen want het exemplaar dat we het eerst zien is zwaar beschadigd.

Aan de zijkant van het tempelcomplex is een boeddhistische school. Het ziet er oranje van de jonge monniken, Koningin Beatrix zou hier zeer ontroert door raken. Een buitenkans als dit laten we natuurlijk niet zo maar voorbij gaan en brutaal stappen we de school binnen. De jongens zitten in banken type Spartaans en zijn net een proefwerk Engels aan het maken. Maar wij zijn, vanwege de schoonheid van het beeld, gedwongen ze toch even te storen met een flits van het fototoestel. We willen de lerares de weg vragen naar de Wat Kukut, maar het blijkt dat ook deze lerares nog beter eerst wat lessen Engels kan volgen.
We lopen naar de Wat Kukut en hier staan inderdaad wat mooiere, oude Chedi’s in de Mon stijl. Ze moeten de enigen in Thailand zijn en behoren tot de oudsten in het land. In een bijzaaltje ligt een dode opgebaard en feestverlichting in kermiskleuren knippert er vrolijk op los.
Volgens onze reisgids moeten we vanuit Lampun gemakkelijk met een taxi naar een Karen-dorp kunnen, maar zowel onze potentiële taxichauffeur als zijn collega’s blijken ooit van het dorp gehoord te hebben. Deze reisgids mag dus de vuilnisbak in.
Met de bus dus terug naar Chang Mai. Inpakken voor het vertrek, morgen

DAG 11 – JUNGLETREK

Met een minimum aan bagage ’s morgens de busjes in. De dag begint zeer onschuldig bij een wegrestaurantje, met een vliegende bediende, waar we sandwiches laten inpakken. Hierna volgt een afslagje naar links. En dit onschuldig ogende afslagje blijk de oprijlaan tot een helletocht te zijn. Links en rechts gapen diepe ravijnen ons uitnodigend toe en om de haverklap zijn er, door de regen, onbegaanbare stukken weg, of laten we preciezer zijn; pad. Dit betekent in de auto, uit de auto, duwen en uit de blubber trekken. Met vrolijk gezang proberen we de moed er in te houden. Ondanks heftige hartkloppingen en zere vingers van het vasthouden aan de bank. Toch bereiken we fysiek ongedeerd het beginstation van de volgende beproevingen.
Een vrij zware wandeltocht met klimmen en dalen bij tropische temperaturen. We passeren een waterval. Hiervoor hebben we onze zwemkleding meegesleept maar bij het aanschouwen van het armzalige poeltje besluiten we dat het niet de moeite waard is. Zittend op een comfortabele steen aanschouwen we enkele “diehards” die het koude water trotseren. Een roekeloze bejaarde medereiziger die zijn vitaliteit wil bewijzen door het beklimmen van de waterval ontmoet van zeer dichtbij een slang. Beiden schrikken erg.
Een hangbuikzwijn met een touw om zijn hangbuik vertelt ons wat later dat we het Meo dorp hebben bereikt, waar we zullen overnachten. De dorpsjeugd loopt uit om zich voor één Bath te laten fotograferen. Vrouwen en kinderen zijn uitgedost in prachtige, maar smerige, klederdracht.
De doodskreet van een zwijn snijdt ons pijnlijk door de ziel.
Een vrouw staat zich onder haar kleren te wassen.
Er wordt meteen gebruik gemaakt van onze aankomst. Die grote westerlingen kunnen mooi even de mannen uit het dorp helpen een kapotte Toyota Pick-up een heuvel op te trekken.
Kleine kindertjes klauteren bij hun moeder op de rug. Een doek wordt onder hun billetjes door getrokken en zie hier een mobiel zitmeubel.
De honden in het dorp vliegen elkaar voortdurend naar de strot.
’s Avonds, als we bij het dorpscafé nog een pilsje drinken vormen meisjes uit het dorp een zangkoortje om ons heen en al snel schalt het welbekende A-ram-sam-sam en het populaire Ma-na-ma-na door de zwoele Thaise avondlucht.
Terug is onze slaapschuur trekken we de moppentrommel open tezamen met het padvindersliedboek. Tijdens vrolijk gezang komt het eerste slachtoffer van de Mekong whisky kotsend voorbij. Tenslotte verstopt iedereen zich onder een muskietennet en keert de rust weder, zelfs niet gestoord door een muskiet.

190 Noord Thailand
189 Noord Thailand
187 Noord Thailand
185 Noord Thailand

DAG 12 – JUNGLETREK

We gaan op weg voor een meer dan drie uur durende wandeling richting olifantenkamp. Vlak voor het kamp worden we getrakteerd op een gigantische plensbui die ons het begrip “natte moesson” beter doet begrijpen. We kunnen net op tijd in een hutje schuilen, maar na een uur schuilen wagen we het er toch maar op. In de blote bast door de stromende regen. Het heeft wel wat. Maar natuurschoon als paddestoelen, wilde orchideeën en mooie vlinders laten we even links liggen. Het is glibberen en glijden naar het olifantenkamp. Leuk is de ontdekking, na de doorstane ontbering, dat er in het kamp geen olifant te bekennen is. Acht Italianen zitten al uren op hun vervoermiddel te wachten en wij mogen achteraan sluiten in de rij. Tegen vijven besluiten de eersten om maar te gaan lopen. Niet veel later komen er toch vijf olifanten opdagen. Per olifant zouden er vijf mensen op kunnen. Dat is absoluut een lachertje.
Wij weigeren dan ook om bij de Italianen op een olifant te klimmen uit solidariteit met een dikhuid.
De baas van het transportbedrijf ontploft hierdoor. Woedend stuurt hij de olifanten op pad en wij blijven dom kijkend achter. Iemand vraagt de woedende kerel om ons dan in ieder geval naar het dorp te loodsen, maar krijgt nul op het rekest. Maar uiteindelijk gaat de vent, die zo te zien stijf staat van de opium, ons toch voor op de meest waanzinnige tocht uit ons leven. De duisternis valt langzaam in. Vijf keer moeten we, door de overvloedige regenval, kolkende riviertjes oversteken. We kruipen, glijden en vallen over bergpaadjes waar nergens houvast te vinden is. Om de haverklap vallen we in diepe, door olifantspoten veroorzaakte, met water volstaande kuilen of kruipen even later weer door de stront van deze beesten.
Ook hebben we onze handen meer dan vol aan een doodsbang groepslid met watervrees die overal doorheen geloodst moet worden. De Thaise gids loopt steeds zover vooruit dat we met moeite een glimp van hem opvangen. Compleet onder de blubber, onze hele lijf onder de striemen van takken en doornen bereiken we uiteindelijk in het donker het Karen-gehucht waarvan we niet meer zeker wisten of we het nog zouden halen. We hebben er een uur en tien minuten over gedaan maar het leken er wel drie. Een half uur later is het een prachtig gezicht als de olifanten vanuit het pikkedonker vlak langs onze hutten het dorp binnenkomen. De groep die op de olifanten is gekomen heeft ook niet echt een fijne tijd gehad in het donker. Echtparen worden herenigd en wij, de woudlopers, krijgen de belofte dat we later nog een keer een ritje bovenop een olifant mogen maken. Hoera.
Wonderbaarlijk was het trouwens achteraf dat mijn vrouw de enige was van ons zevenkoppig commandoteam die niet voortdurend plat op haar snuit ging. Haar goedkope Scapino schoenen blijken het geheime wapen geweest te zijn.
Op de slaapzaal wordt er nog heel lang verhit over de avonturen van deze dag nagepraat.

188 Noord Thailand
212 Noord Thailand

DAG 13 – JUNGLETREK

Na het ontbijt is het moment aangebroken voor de ééndaagse minicruise op de Mae Ping rivier. De mannen van het dorp hebben van bamboe tientallen vlotten samengebonden en toeristen worden ingeschakeld om de koopwaar de rivier af te varen. Zo wordt er dubbel verdiend. Urenlang gaat het tussen rotsen en stenen door, over stroomversnellingen heen en onder boomtakken door. Op de vaarroute vlotten van allerlei nationaliteiten. De Koreaanse dames zijn het grappigst. Met witte handschoentjes aan en een paraplu tegen de zon staan ze op hun vlot.
Als er twee vlotten van onze groep in korte tijd om gaan, waaronder die van mijn vrouw, wordt het allemaal wat serieuzer. Gelukkig gebeuren er verder geen ongelukken in het betoverende landschap.
Bij het eindpunt wachten prachtig uitgedoste Akha-vrouwen ons op om ons van alles en nog wat te koop aan te bieden. Met het lenen van geld links en rechts weet mijn vrouw haar kooplust redelijk te bevredigen.
Met normale vervoermiddelen verlaten we dan de Thaise jungle, richting Chang Mai. Hier kunnen we onze foto’s laten ontwikkelen, steak met aardappelen eten en met veel spierpijn plat gaan.

227 Noord Thailand sc
226 Noord Thailand
225 Noord Thailand
221 Noord Thailand

DAG 14 – CHANG RAI

De gidsen zijn ervan overtuigd dat het ergste wat ons gisteren is overkomen het niet rijden op een olifantenrug is. En dus hebben ze dat als grote verrassing voor ons geregeld. In Chiang Dao staan de dikhuiden vol smart op ons te wachten. Met zeven man gaan we er heen. En niet alleen er op rijden is inbegrepen in het verrassingspakket maar ook met vele andere toeristen getuige zijn van de schrob-ceremonie. Daarna mogen we eindelijk het genoegen smaken om boven op een olifant te zitten. Dit betekent een eerste klas uitzicht op het schijtproces van de olifant voor ons. Grote groene ballen plonzen in het water en een babyolifantje steelt ieders hart.
Dan in vliegende vaart naar het dorpje Tuton om daar de boot te pakken naar Chang Rai. Lui achterover liggend scheuren we urenlang aan het natuurschoon voorbij, gaar kokend in de zon. Gelukkig hebben we voor vertrek een hoed gekocht. Aan de overkant ligt Birma en de betrekkingen over en weer schijnen niet zo geweldig te zijn. Al snel komen de verhalen van toeristen die vanaf de overkant zijn doodgeschoten. Een militaire post, waar onze papieren nagekeken worden, draagt er niet toe bij dat we ons veiliger gaan voelen, vooral niet als we “good luck” toegewenst krijgen. Maar onze bootsman blijft onverstoorbaar rondspieden en daar moeten we dan maar op vertrouwen.

249 Noord Thailand


De rest van de groep heeft Chang Rai bereikt door drie en een half uur in de busjes te hobbelen. Dit vervult ons met grote tevredenheid. Het diner ’s avonds mag wat mij betreft die naam niet hebben; terwijl mijn vrouw lekker zit te smikkelen slaan mij de vlammen uit de mond na een aantal happen Thaise delicatesse. Een ander stel komt bij ons zitten en met een stalen gezicht werkt de man hetzelfde naar binnen als ik. Deze man moet suïcidaal zijn. Om iets af te blussen wil ik fruit als dessert. Men blijkt het niet te hebben, evenmin als koffie.
Koffie is er wel in een American-Express annex Visa restaurantje en daarna dwalen we wat door de verlaten straten van Chang Rai. En zowaar ontdekken we een obscuur café, waar een contingent meisjes om de beurt liedjes zingt, begeleid door de organist zonder naam. Als liefhebber van muziek werp ik smachtende blikken op de meisjes, waardoor ze blijkbaar nerveus worden en hun tekst kwijtraken. Mijn smachtende blikken missen hun uitwerking niet. Een van de meisjes begint zich driftig op te maken, heeft ineens grote oorbellen in en verwisselt in korte tijd drie keer van schoenen. Telkens komt ze weer heupwiegend voorbij en als ze op het eind een duetje zingt moet ze zowaar een traantje wegpinken. Met pijn in de kaken gaan we op weg naar ons hotel waar ze er niet van uit gegaan zijn dat er mensen het nachtelijke Chang Rai onveilig wilden maken. Het hotel zit op slot, er is geen beweging te bespeuren. En onze sleutel hangt binnen in de receptie aan een haakje. Ons rest niets anders dan een inbraak op vreemde bodem. We slopen het slot van de receptie, graaien onze sleutel weg en leggen ons met bonkende harten te rustte.

272 Chang Rai

DAG 15 – GOUDEN DRIEHOEK

Met de busjes op weg naar de “Gouden driehoek”. Het laatste stukje doen we met kleine platte bootjes die met een ongelooflijke rotvaart over de Mekong knallen. Voor de tweede achtereenvolgende dag is het ontzettend warm.
Links van ons Thailand, rechts Laos en voor ons Birma. Op de wal schuttersputten met zandzakken. Nog geen goede buren. Maar wel een prachtig uitzicht.
Op dit bekende drielandenpunt natuurlijk talloze souvenirzaakjes maar ook zien we de grootste vlinder die we tot nu toe gezien hebben, zwart met geel. En we hebben er al zoveel gezien want Thailand zit vol met vlinders. En wat te denken van de neushoornkever die voorbij zoemt.
Na deze zoölogische hoogtepunten is het terug in Chang Rai eerst tijd voor een middagdutje. En daarna, als we het centrum wat verkennen, koffie met gebak. Ook dat kan. We zien een prachtige dikbuikige boeddha lui achterover hangen bij een tempel, heel anders dan alle andere boeddha’s die we gezien hebben. Monniken vertellen ons dat het hier gaat om een Chinese boeddha.
’s Avonds eten we in een speciaal restaurantje. Ze serveren “butterfish” en “pannetje met soja”.
Op weg naar het guesthouse zien we nog het meisje uit de bar van gisteren. Even zwaaien.
Na een spelletje yatzee waar het maar niet lukt om te winnen gaan we maar slapen.

DAG 16 – SUHKOTAI

Vroeg op vandaag voor lange busreis nummer 1. Tezamen met wat kippen gaan we richting Suhkothai. In de bus leer ik voor het eerst goed klaverjassen. Eindelijk een echte man.
Suhkotai verwelkomt ons met een dreun voor onze kop van de hitte. We checken in in hotel Chinawat en daarna huren we een tuk-tuk om oud-Suhkotai te gaan bekijken. Prachtige ruïnes uit ver vervlogen tijden, alleen brandt de zon zo hevig dat onze historische interesse snel verdampt en het verlangen naar koud bier er voor in de plaats komt.
De hitte is zo verzengend dat ik me na een lekker etentje ’s avonds voor het eerst bezondig aan een ijsje. De bacillen hebben hun eerste slag gewonnen.
Na het eten dwalen we wat rond in de stad en zo zitten we ineens bij een ceremonie voor een overledene. Een twintigjarige jongen is bij een ongeluk om het leven gekomen en ligt nu opgebaard in een ontzettend kitscherige kist met veel toeters en bellen. Acht monniken op een rijtje murmelen van achter een religieuze waaier gebeden. We worden uitgenodigd om erbij te komen zitten en krijgen koude koffie en een soort rijstsoep aangeboden. We maken een praatje met de jongens van het ook aanwezige orkestje en ik mag ook nog even de belletjes beroeren.
Terug in het hotel zien we een Thai verslagen worden door een Nederlander bij het kickboksen.
Het is te warm om te slapen.

293 Sukhothai
292 Sukhothai
291 Sukhothai
284 Sukhothai
282 Sukhothai

DAG 17 – AYUTTHAYA

De ochtend gebruiken we om nog wat rond te zwerven en ’s middags tuffen we al weer door het Thaise landschap op weg naar Ayutthaya.
Met een hele club gaan we traditioneel uit eten. Een western restaurant, met country muziek en cowboyfilms. Een liveband speel liedjes van de Eagles. De bandleden zingen in het Engels maar het is duidelijk dat Zweeds of Fries ook had gekund. Wulpse Thaise boys doen erg hun best op de muziek en mijn geliefde heeft al snel een Maleise bewonderaar. Deze probeert haar met een galant knikje uit te nodigen voor een dansje maar de gelukkige moet eerst de betekenis van het knikje worden uitgelegd. Na de dans mag ze hem ten allen tijden bellen in Bangkok.

DAG 18 – HUA HIN

Tijdens een reis bereik je soms een tempel-verzadigingspunt, een “Wat” moeheid. Daarom slaan we elk aanbod van tuk-tuk chauffeurs af om ons langs de zoveelste tempel met boeddha te rijden. We slenteren wat rond, kijken even in een minimuseumpje en op een klein marktje koop ik mijn portret van koning Bhumipol en zijn lieftallige echtgenote koningin Sirikit.
In ons fijne rodeo-restaurant eten we ditmaal spaghetti, ook echt Thais en daarna is het weer tijd voor de busjes. De heren bestuurders weten een “shortcut”. Echt goed kennen ze de weg echter niet, 400 bath zijn de kosten van een bekeuring als ze zich in de weg vergissen en ongeoorloofd draaien op een weg. De hele “shortcut” zit ik achterstevoren te klaverjassen maar mijn eerste overwinning laat wederom op zich wachten. De route zorgt er wel voor dat we om zes uur ’s avonds, twee uur eerder dan verwacht, in Hua Hin zijn. Iedereen sprint in het halfdonker naar de zee voor het ultieme vakantiegevoel.
Bij Charlie’s Seafood houden we dat gevoel nog wat langer vast met heerlijke mosselen, spare-ribs, en pannenkoek met banaan als toetje. Daarna tijd voor een eerste verkenningstocht door Hua Hin. Ook hier weer de gebruikelijke marktkraampjes met van alles en nog wat te koop, maar hier, zo vlak aan zee zijn er extra schelpenprullaria toegevoegd aan het assortiment.
Op de hoek van de markt ontdekken we de plaatselijke hoerenstraat. In het neonlicht zitten er meisjes uitgestald op een tribune met een nummer op hun lijf, dat moet het kiezen vergemakkelijken.
Na de hoerenbuurt komen we bij de visafslag, een leuke overgang. Vrouwen zitten vis schoon te maken en prachtige boten liggen klaar om uit te varen.
Koffie drinken we in de lege discotheek Rock Walk waar een band alleen voor ons weer de bekende Country & Western speelt. Waarom ze voor dit soort muziek gaan tussen hun muur van luidsprekers is een groot raadsel.

307 Hua Hin

DAG 19 – HUA HIN

We ontbijten in Europe, een tentje van een zeer aardige mini-Cambodjaan en daarna wacht het strand. Het Thaise strand met zijn zeesterren, duizenden babykrabjes en schelpen. Het water is door het zand echter te troebel om iets te zien. Masseuses bieden hun diensten aan, een paard of olifantje huren kan ook. Ondanks mijn bijna permanente verblijf onder de parasol moet ik mij rond twee uur terugtrekken in de “headquarters”. Ik dwaal wat rond door Hua Hin om rond vijf uur met een chickensandwich terug te keren bij het gebakken vrouwtje op het strand.
’s Avonds moeten we verplicht naar hetzelfde restaurant als gisteren want mijn vrouw heeft de hele dag liggen dromen van een grote roze vis die ze gisteren heeft gezien. Terwijl de roze vis bruin gebakken op tafel komt stel ik mij tevreden met salade en yoghurt, ik heb niet zo’n honger.
Later op de avond gaan we met een hele club naar het gisteren door ons ontdekte Rock Walk. De meesten bestellen een cocktail, die absoluut niet kan waarmaken wat de naam suggereert en de band wordt zowaar een beetje heavy als ze eindelijk hun onvermijdelijke Eagles repertoire hebben afgewerkt.

DAG 20 – HUA HIN

Voor het eerst, deze vakantie, liggen we tot half een in bed. Mijn vrouw is woedend vanwege de gemiste zonne-uren op het strand. Terwijl zij naar het strand rent ga ik met de camera op jacht door Hua Hin. Bootjes, de kolenboerin, houten huisjes, het station en een schiettent op een kermisje, allemaal prachtige doelen. Op de kermis ontmoet ik de helft van een “internationaal” dans duo. Hij is ooit acht maanden in Nederland geweest. Leeuwarden en Scheveningen herinnert hij zich nog. Ook “dank u wel meneer en dank u wel mevrouw” kan hij nog steeds zeggen. We wisselen kaartjes uit en ik mag even de pythons zien + de foto van de opgegeten man.
Aan het eind van de middag vind ik mijn eega terug op het strand in het gezelschap van een Duitser. Zoals we weten zijn de Duitsers een creatief volk en hij heeft met behulp van een plastic fles, een rietje en Thais zand een pijp gefabriceerd waaruit ook wij wat “Ganja” mogen inhaleren.
Voor de variatie eten we ditmaal in een ander restaurantje. Dit tot steeds groter wordende ontevredenheid van mijn vrouw. De vis is hier veel kleiner en er zit niets bij, mort ze.
’s Avonds met de hele groep naar het strand waar we alles wat we kunnen vinden opstoken in ons kampvuur en waar de zandvlooien zich uitzinnig van vreugde tegoed doen aan mijn witte vlees.

DAG 21 – HUA HIN

De zon zit vandaag wat verborgen achter de wolken dus is het ook voor mij mogelijk me wat te verpozen op het strand. Liggen in de ligstoel onder de parasol en ons laten verwennen met lekker eten en drinken.
’s Avonds natuurlijk eten in het restaurant met de grote vis, geen discussie mogelijk.
Na het eten neem ik mijn vrouw mee naar het gisteren door mij gevonden kermisje. Wederom even de slangen bekijken. Daarna de steile wand. Op een motor of in een crossauto scheuren ze rondjes in een houten reuzenton. En het toppunt van hun kunnen bestaat eruit dit te doen met hun T-shirt voor de ogen. Mijn vriend van gisteren is er ook weer maar hij heeft het nu te druk met de verkoop van de kaartjes en heeft dus geen tijd voor een praatje.

DAG 22 – BANGKOK

Tot 12 uur is er nog tijd om naar het strand te gaan. Geen zon, dus vanuit mijn perspectief prima. Drie hoornschelpjes vragen erom om als souvenir mee te gaan naar Nederland maar de bewoners, kleine krabbetjes weigeren, ondanks enige drang, pertinent hun woning te verlaten. Dus dan moeten ze in godsnaam maar in Thailand blijven.
Na drie dagen de kneedgrage dames op het strand afgewimpeld te hebben besluit ik er nu maar eens voor te gaan liggen. Ik vlij mij uit op het strand en laat een oud dametje met benige vingers haar gang gaan. Het is wel aardig, maar zonder deze ervaring was de dag ook niet minder geweest. Ik geef Number One, zoals de dame zich noemt, haar 100 Bath en dan gaan we voor de laatste maal richting Guesthouse Phuen.
We eten nog even wat bij Europe en dan gaan we naar het station van Hua Hin. Daar gaan we in de startblokken staan om een goed plekje te bemachtigen in de trein en als dat is gelukt kunnen de kaarten weer uit de tas. Helaas zijn de kaartomstandigheden niet optimaal in de tochtige open trein. Als we Bangkok naderen krijg ik het dan ook knap koud. Na mijn vrouw uit haar slaaphoekje en de bagage uit het rek geplukt te hebben gaat het weer met de busjes naar het ons al bekende AA Guesthouse.
Vandaag is Hare Majesteit koningin Sirikit jarig en we verwachten veel spektakel in Bangkok maar dat valt bitter tegen. Alle festiviteiten blijken al achter de rug te zijn.

330 Bangkok
331 Bangkok

DAG 23 – BANGKOK

Gisteravond was de eetlust al niet bijster groot, vanmorgen is het overgegaan in totale lamlendigheid. Pijn in mijn botten, pijn in mijn hoofd. Het ontbijt nodigt me totaal niet uit. Wat kleine hapjes en dan vind ik het wel voldoende. Wat Paracetamolletjes brengen gelukkig wat verlichting.
We nemen een Tuk-Tuk naar het Erawan heiligdom. De chauffeur vertelt ons dat de dansen daar pas om 1 uur beginnen dus misschien is het leuk om even langs de “goverment shop” te gaan. Waarom de “goverment shop”? Voor elke toerist die hij daar dumpt kan hij een benzinebon verdienen. Wij vinden het best, is die man blij en doden wij de tijd. De goverment shop is chique. Saffieren, diamanten, zilver, goud. Bij elke stap die je zet wordt je vergezeld door een snobistisch Thaise verkoopster die alles waar je maar een vluchtige blik op werpt meteen uit de vitrine haalt. Wij verlaten de winkel met een ringetje van twee gulden. “See you next year” zegt de eerste verkoopster beleefd maar haar collega is minder te spreken over ons koopgedrag; “Come back in ten years when you have enough money”. Onze chauffeur heeft net zoveel lol om onze minimale besteding als wij zelf.
Als we weer bij het Erawan heiligdom, Thailand’s beroemdste geluksaltaar, terug zijn is de dans al begonnen. Vier prachtig uitziende Thaise schonen voeren een rituele dans uit rond het beeld van de vierhoofdige hindoe god Bhrama.
Na dit spirituele hoogtepunt is het tijd naar het centrum van het wereldse hoogtepunt te gaan. Patpong, de wereldberoemde hoerenbuurt van Bangkok. Ik wilde er persé overdag naar toe om mooie obscene foto’s te maken van wild uitgedoste hoeren, maar het resultaat is nul komma nul. Geen hoer in het wild te bekennen. De dames blijken de uren dat ze alleen in bed kunnen doorbrengen te koesteren.
Omdat mijn vrouw net een soepje heeft genuttigd dat slecht is gevallen en ik, nadat de paracetamol is uitgewerkt, helemaal niet meer aan eten moet denken, zijn we het verbazend snel eens over ons volgend doel; het guesthouse. Maar of de duivel er mee speelt, normaal wordt je bijna constant omver gereden door Tuk-Tuk chauffeurs die je overal en nergens heen willen brengen, nu weigeren ze meteen of willen alleen tegen uitzonderlijk hoge prijzen medewerking verlenen. De avondspits en de afstand lijkt ze allen af te schrikken. We zoeken zolang dat we uiteindelijk bij de rivier staan waar we voor 5 Bath per persoon een heerlijke cruise naar ons domicilie kunnen maken.
Bij het guesthouse blijken wat goed in de slappe was zittende groepsleden bedacht te hebben dat de reisleidster toch minstens 40 gulden per stel als afscheidscadeau moet hebben. Wij vinden dit volslagen absurd en besluiten samen een paar oorbellen voor de akela te gaan kopen. Leuk genoeg.
Mijn gestel wordt ondertussen steeds slapper, dus ik onttrek me aan de oorbellenjacht en ga terug om even te gaan liggen. Als mijn vrouw een uur later terugkomt lig ik gloeiend heet en badend in het zweet in bed. Mijn Nederlandse remedie is rustig even blijven liggen en kijken of het beter wordt, maar mijn vrouw gaat voor de Portugese manier; meteen naar een dokter, want met een lange vliegreis in het vooruitzicht is het niet verstandig om een risico te nemen. Als een zombie over straat naar een dokter. Deze constateert koorts en weet het verder nog niet. Met een zak vol pillen kan ik even later weer het bed in. Daar krijg ik de hevigste koortsstuipen die ik ooit gehad heb. Ik tril als een blad en kan het niet stoppen. Mijn vrouw komt met de ene natte handdoek na de andere. Als ik na een tijd probeer wat water te drinken komt het er net zo snel weer uit. Medicijnen innemen is op deze manier niet makkelijk. Toch houdt daarna het trillen op en val ik langzaam in slaap.

DAG 24 – BANGKOK

Het bed is een slagveld, alles is kletsnat. De slaapzak, een origineel uit mijn vrouw’s hippie-jaren, is volledig geruïneerd. Maar ik heb deze nacht overleefd. Met mijn puddingbenen hoef ik verder niet te bedenken wat ik vandaag allemaal ga doen. Verder dan het terras bij de ingang zal ik vandaag niet komen. Met een glas water voor mijn neus kijk ik de hele dag toe hoe onze laatste Bathjes worden uitgegeven aan overhemden, foto’s, bijbestellingen en vergrotingen.

337 Bangkok


Een ander groepslid is ondertussen met dezelfde symptomen als ik had naar bed verdwenen en ’s avonds valt er nog een slachtoffer. Ik zoek de oorzaak van al dit leed in de tochtige treinrit uit het vochtige Hua Hin, anderen gaan voor de malaria.
’s Avonds pakken we onze spullen in de bus en gaan richting Chao Phraya voor een afscheidsdiner op een boot. Ik voel me weer redelijk maar het meeste eten laat ik toch wijselijk aan mijn neus voorbij gaan. Nog wat laatste prachtige uitzichten op de verlichte Wat Phra Keo, Wat Arun en een enorm hotel complex en dan is de tijd in Thailand op. Met de busjes vertrekken we naar het vliegveld. Het laatste Thaise geld (16 gulden) wordt geïnvesteerd in een blok Toblerone en dan geven we ons weer over aan de zorgzame handen van de stewardessen van Singapore Airlines.

DAG 25 – SCHIPHOL

De eetlust komt in het vliegtuig weer redelijk terug, ik zit aan het raam en ik slaap grote stukken als een roos. Kan niet beter. Mijn vrouw heeft meer moeite om in dromenland te komen en bekijkt dus maar de gehele nachtfilm. In Istanbul een tussenlanding en dan Amsterdam.
Iedereen neemt vrij haastig afscheid en om half zes zijn we boordevol indrukken terug in een ineens wel heel rustig en eenzaam huis.

EPILOOG

De gevolgen van de reis blijken niet voorbij. Na een week of wat steekt de koorts weer op en de huisarts constateert griep. Dus lig ik met 40 graden op de bank griep te hebben. Na een week nog steeds griep. Mijn vrouw geloofd er niets van, maar ook een bloedonderzoek levert niets op.
Terwijl ik ziek thuis lig moet mijn vrouw gewoon werken maar gelukkig wil de oudere vriendin met haar schandknaapje wel een oogje in het zeil houden. In zijn geval betekent dit de tuin doen. Dat doet hij door een grote kuil te graven, stiekem naar de keuken te sluipen en onze hele fles Mekong whisky op te drinken en daarna bij zijn zelf gegraven kuil in coma te geraken. Als zieke moet ik de verpleger samen met de dames later op de dag met ammoniak weer zien bij te brengen.
Op een ochtend sta ik ontbijt te maken als alles begint te draaien. Ik probeer een stoel te bereiken maar ga al eerder gestrekt. Met mijn hoofd ga ik langs de punt van de tafel en lig hevig bloedend voor de deur.
Terwijl mijn vrouw luid schreeuwend de buren mobiliseert kom ik weer bij mijn positieven en ga doodleuk verder met brood smeren terwijl het bloed op de boter drupt. De aangestormde hulptroepen zijn even het “lijk” kwijt als ze binnenkomen. Ik herken de buren niet en daarom word ik snel naar de dokter gebracht. De wond wordt gehecht. Dat er misschien ook sprake is van een hersenschudding betekent dat mijn vrouw de opdracht meekrijgt om mij ’s nachts om de paar uur wakker te maken om te kijken of ik nog in leven ben. Deze opmerking zorgt ervoor dat haar gemoedstoestand tot ver onder het nulpunt zakt.
Ik lig voor de rest thuis “griep” te hebben totdat er in Nijmegen bij een van de medereizigers, die nog een graadje ernstiger ziek is dan ik, de ziekte van Weill wordt geconstateerd (deze ziekte wordt in water overgebracht door ratten). Als we dit aan de doktoren doorgeven blijken ze het eindelijk ook in mijn bloed aan te treffen. Hoera, ik mag eindelijk naar het ziekenhuis. Twee weken lang, terwijl ik erbij lig als een zombie, mag ik vier keer per etmaal een spuit, model joekel, met penicilline in mijn aderen ontvangen. Maar het helpt.
We kunnen weer op vakantie.

Meer foto’s op onze blog WORLD HERITAGE SITES – THAILAND

Meer foto’s op onze blog TRIBES – THAILAND

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.